Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
De voorteekenen van het oordeel, dat is, de dingen, dio
vooraf zullen gaan, en aanduiden dat het oordeel nabij is,
zijn onder andere deze :
Eene geweldige vervolging van den Antichrist.
Antichrist beteekent tegen Christus, den tegenstander of
vijand van Christus bij uitnemendheid.
Hij zal de Christenen vervolgen, achterna zitten , met ge-
weld als 't ware dwingen , afstand van huu geloof te doen.
Niet zonder grond meent men, dat de Antichrist een jood
zal zijn uit den stam van Dan.
Het tweede voorteeken : verscheidene vreeselijke plagen , zoo-
als : oorlogen, pest en andere ziekten, duren tijd, aard-
bevingen , enz. Bovendien de zon zal verduisterd worden,
de maan geen licht meer geven , de sterren zullen uit den
hemel vallen, enz. En dan — als geheel de natuur het
naderend einde der wereld aankondigt — zal het teeken van
den Zoon des menschen aan den hemel verschijnen , en dan
zullen alle geslachten der aarde weeklagen, en zij zullen den
Zoon des menschen op de wolken des hemels zien komen
met groote kracht en majesteit. En zijne Engelen zal Hij
zenden met eene bazuin en groot geschal en zij zullen zijne
uitverkorenen vergaderen.
4 V. Hoe zal Christus ten oordeel komen ?
A. In zijn menschelijk lichaam, zichtbaar en met
groote heerlijkheid.
5 V. Wien zal Christus komen oor deelen ?
A. Alle menschen , die ooit geleefd hebben.
6 V. Wie zijn de levenden, die Christus zal
oordeelen ?
A. Degenen , die omtrent dien tyd zullen leven.