Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
Wat vader verdient, al is het ook, dat hij werkt voor u,
is het uwe nog niet; vader moet u, op welke wijze dan ook,
daaraan deelachtig maken.
13 V. Waardoor kan de mensch aan de verdiensten
van Christus deelachtig worden ?
A. Door het ware geloof, door het waardig gebruik
der heilige Sacramenten , door goede werken , vooral
van boetvaardigheid.
Dat het ware Geloof, de Sacramenten , de goede werken »
vooral van boetvaardigheid, ons aan Christus verdienste»
deelachtig maken, öfter zaligheid noodig zijn, leert de Kerk;
maar ook de 11. Schriftuur zegt ons nadrukkelijk: Wie ge*
looft, zooals het behoort, wordt zalig, wie niet gelooft gaat
verloren. (Joes: III. Marc. XVI. Hebr. XI.) enz. (Vgl.
30"e Les vr. 10., waar van de Sacramenten in 't algemeen
gezegd wordt, dat Christus zijne verdiensten — de genade —
aan de Sacramenten verbonden heeft, waaruit zij ons toe-
vloeien , op ons worden toegepast.) Voorts van het doopsel
lezen wij : „ Zoo iemand niet herboren wordt uit water en
den n. Geest, kan hij het rijk Gods niet ingaan." (Joes. III.) —
Van het H. Sacrament des Altaars: „ Tenzij gij het vleesch
van den Zoon des menschen eet en zijn bloed drinkt, zult
gij het leven in u niet hebben." (Joës. VI.) — Van de Biecht:
„ Wier zonden gij vergeven zult, dien worden zij vergeven;
en wier zonden gij zult houden, dien zijn zij gehouden.
(Joës XX )
Van de goede werken lezen wij in den brief van den H.
Paulus — (ßom : II.) — ieder zal krijgen volgens zijne wer-
ken; en de H. Jacobus (II) vraagt: Wat baat het geloof,
zonder de werken P En bij Luc. XIII: Indien gij geen
boetvaardigheid doet, zult ge allen gelijkelijk vergaan. Ook
de gelijkenis van Christus, waarin hij bij (Joës XVI) zich bij
den wijnstok en ons bij diens ranken vergelijkt, toont d©