Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
Zou hij hetzelfde aan den koning of Paus doen, dan zou
de beleediging nog al grooter zijn, omdat die personen nog
al van grootere waarde zijn.
Maar geschiedt de beleediging tegen God^ dan is zij van
oneindige boosheid, omdat God van oneindige waarde is.
Men heeft bijgevolg ook eene oneindige schuld aan God
te betalen.
Als men iemand 100 gulden schuldig is, kan men de
schuld niet anders voldoen, dan door iets terug te geven,
dat ook 100 gulden waard is; als men 1000 gulden schuldig
is, door iets terug te geven, dat ook 1000 gulden waard
is. En als men nu oneindige schuld heeft, kan men die
niet voldoen , dan door iets terug te geven, dat ook onein-
dige waarde heeft.
Bijgevolg moeten wij ook aan God , bij wien wij om onze
zonden eene oneindige schuld hebben gemaakt, iets van on-
eindige waarde wedergeven, om deze schuld te herstellen.
Doch dit kunnen wij niet, wij eindige en nietige schepse-
len, die niets bezitten of doen kunnen wat oneindige waarde
heeft.
Dat kon God alléén; en daarom is God de Zoon mensch
geworden, omdat alléén Hij , als God oneindig zijnde, aan
God ook iets van oneindige waarde kon wedergeven ; God
had ook besloten den mensch door lijden te verlossen , en
als God kon Christus niet lieden.
4 V. Was Christus verplicht ons ie verlossen ?
A. Neen; Hij heeft dit gedaan uit liefde voor
den mensch.
5 V. Waardoor heeft Christus ons verlost ?
A. Door zijn lijden en dood,
6 V. Wat heeft Christus geleden ?