Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
SI
De weg, dien men in zijne jeugd inslaat, bewandelt men
gemeenlijk op lateren leeftijd, en gelijk men leeft, zoo sterft
men in den regel.
Lijden of kruis noemen wij alles wat onpleizierig is voor
de natuur. B. v. Ik sta 's morgens niet graag op het eerste
teeken op, ik gehoorzaam niet gaarne, bid niet gaarne eer-
biedig, enz.; dat is dus allemaal een kruis voor mij. Doe
ik het toch, dan bewandel ik den smallen weg naar den
hemel; maar doe ik het niet en geef ik aan mijn lui en loom
lichaam, mijne kwade natuur toe, dan kom ik allengs en
onopgemerkt verder en verder op den breeden weg naar de hel.
Christus is ten mensch geworden » om ons van de sla-
vernij des duivels te verlossen. (Vgl. Les , vr. 7.)
2 V. Kon de mensch zich zeiven niet verlossen ?
A. Neen; want de mensch kon voor de zonde
niet voldoen.
3 V. Waarom kon de mensch voor de zonde niet
voldoen ?
A. Omdat de zonde van eene oneindige boosheid
is ; en dus moest de Persoon , die daarvoor voldoen
en ons verlossen zou, ook van oneindige waardigheid
zijn.
Verlossen kon zich de mensch zelf niet, omdat de boosheid
der zonde oneindig is, wijl zij bedreven was tegen God, die
van oneindige waarde is.
Een voorbeeld zal dit duidelijk maken.
Als een jongen een anderen jongen slaan of schelden zou,
zou dit wel altijd eene beleediging zijn; maar zou hij dit
een groot heer of vader of moeder doon, dan zou de belee-
diging of misdaad grooter worden, omdat de persoon , die
hij deze beleediging aandeed , grooter waarde heeft.
C 6