Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
De eene Persoon der H. Drievuldigheid is de andere niet.
Dewijl dan alléén God de Zoon , de tweede Persoon der H.
Drievuldigheid , en niet God de Vader of God de H. Geest,
de menschelijke natuur in zijne Hem eigene persoonlijkheid
heeft opgenomen, daarom ook is alléén Hij, en niet ook
God de Vader of God de H. Geest, God e» mensch te zamen.
Christns is God en Hij is mensch , en daarom komt Hem
het goddelijke en het menschelijke toe.
Hij is onsterfelijk en sterfelijk, eeuwig en geboren, onlij-
delijk en lijdelijk, enz.: het eerste als God, bet tweede als
mensch. En omdat Hij slechts één persoon is, daarom is
er ook maar één Christus, de Godmensch. ...
6 V. Roe is God de Zoon mensch geworden ?
A Hij heeft door eene byzondere werking van
den H. Geest de menschelijke natuur aangenomen in
den maagdelijken schoot van Maria.
Maria had gelofte van volmaakte en eeuwigdurende zuiver-
heid gedaan. Buiten twijfel droeg de H. Joseph, haar maag-
delijke bruidegom , kennis van deze belofte.
Toen dan de Engel Gabriel haar boodschapte: „Zie, gij
zult in uwen schoot ontvangen en eenen Zoon baren en zijnen
naam zult gij Jesus heeten", onderzocht Maria naar de wijze,
waarop, zonder verlies harer maagdelijke zuiverheid, geschie-
den zou, wat de Engel haar aankondigde.
„ En de Engel antwoordde en zeide tot baar : De heilige
Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal
u overschaduwen". (Luc. I: 30 — 36.) Door die woorden
gaf de Engel haar en ons te verstaan, dat zij , door een
wonder van Gods almacht, en zonder op te houden maagd
te zijn , moeder zou worden van Gods eenigen Zoon. Zóó
is dan God de Zoon mensch geworden, door eene bijzondere
werking van den H. Geest de menschelijke natuur aanne-
mende in den maagdelijken schoot van Maria.