Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
Eenige voorrechten, die Adam en Eva in den staat van
oorspronkelijke rechtvaardigheid genoten, zijn:
a. Naar de ziel :
Ten Ist«, een buitengewoon groot verstand. Nooit is er
een geleerde geweest, die zulk een groot verstand bezat,
als Adam; dit blijkt vooral daaruit, dat hij aan ieder dier
zijnen eigenaardigen naam wist te geven.
Ten dat hun wil. die na de zonde tot het kwaad
geneigd is , vóór de zonde tot het goede genegen was.
Ten , een gemeenzaam verkeer met God.
b. Naar het lichaam :
Ten 1«^«, zij waren aan geen dood of ziekte onderworpen.
Ten , zij behoefden niet hard te werken , enz.
5 V. Zijn Adam en Eva in den staat van oor-
spronkelijke rechtvaardigheid gebleven ?
A. Neen ; zij zijn in de slavernij des duivels
gevallen.
Zij zijn door de zonde in de slavernij des duivels gevallen.
(Uitleggen wat slaaf en slavernij is en dit toepassen.)
6 V. Hoe zijn zij in de slavernij des duivels ge-
vallen ?
A. Door het eten van de vrucht, welke God hun
verboden had. — Door dit gebod moesten zij hunne
afhankelijkheid van God toonen; het was daarom
een zwaar gebod. . . .
Eerst zag Eva nieuwsgierig de verboden vrucht aan. De
dood der zonde komt langs de vensters der ziel binnen.
Toen ging zij met de listige slang, waarvan de duivel
zich bediende om Eva te verleiden, praten en redeneeren.
Als wij de bekoring willen overwinnen, moeten wij niet met