Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
Toen Christus zich in doodstrijd bevond , kwam een Engel
uit den hemel om Hem te troosten en te versterken.
Wij zijn onzen Engelbewaarder dankbaarheid , eerbied en
vertrouwen verschuldigd.
Dankbaarheid voor zijne weldaden.
Eerbied voor zijne tegenwoordigheid.
Vertrouwen om zijne goedheid.
Uit eerbied voor hem nooit iets onbetamelijks doen.
Uit dankbaarheid dagelijks een klein gebedje tot hem rich-
ten , vooral: o Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, aan
wiens zorg ik door de opperste goedheid van God ben toe-
vertrouwd , gelief mij dezen dag (dezen nacht) te bewaren,
te verlichten, te bestieren, te geleiden. Amen.
Hij bewaart ons naar ziel en lichaam.
Wij zien hieruit dan ook de zorg van God voor de menschen.
De aansporing tot het goede, die wij gevoelen , komt ook
van den Engelbewaarder.
Vragen over de Les.
1. Wat beteekent scheppen? Waarom kan God alleen schep-
pen P En waarom alleen tot zijne eigene glorie P Welk
doel had Gods goedheid nog bij de schepping P En
strekt ons geluk ook tot zijn glorie P
2. Wat zijn redelijke schepselen P Heeft God ook onrede-
lijke geschapen, en welke P
3. Wat doet onze Engelbewaarder voor ons P Wat moeten
wij doen voor hem P
4. Is onze Engelbewaarder altijd bij ons, waarom zien wij
hem dan niet P
5. Wat wil zeggen: ik geloof, dat er Engelbewaarders zijn P
Waarom gelooft gij dat P Hoe weet ge, dat God dit
geopenbaard heeft P Hoe weet ge, dat de Kerk dit leert P