Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
A. God de Vader.
4 V. Waarom is God de Vader de eerste Persoon
der H, Drievuldigheid ?
A. Omdat Hij het beginsel en de oorsprong van
de twee andere goddelijke personen is.
Een beginsel, in 't algemeen genomen, is iets, waaruit andere
personen of zaken voortkomen , haar oorsprong hebben.
God de Vader is dus de eerste Persoon van de H, hrievuU
digheid y omdat Bij van niemand voortkó'mt, maar van zich
zeiven is (8« V.), en het beginsel en de oorsprong van de twee
andere goddelijke personen is, nl., van God den Zoon en van
God den H. Geest (9« en 10- V.)
5 V. Js God de Vader ouder of meerder dan
God de Zoon of God de H, Geest ?
A. Neen; want gelijk de drier goddelijke Personen
maar één en hetzelfde goddelyk wezen hebben , zoo
zijn zy alle drie even oud of eeuwig , even wys en
even machtig.
Neen; God de Vader is niet ouder of meerder dan God
de Zoon of God de H. Geest; want, off/rfa/de drie goddelijke
Personen maar één en hetzelfde goddelijk wezen , dezelfde
goddelijke natuur hebben (vgl. 2'- V.), daarom zijn zij ook
alle drie even oud, d. w. h. z., eeuwig of van eeuwigheid,
even wijs en even machtig, in een woord, even volmaakt.
Dat de drie goddelijke Personen even oud zijn, zonder
begin of einde , zonder tijdsopvolging, even lang, van alle
eeuwigheid bestaan hebben en in alle eeuwigheid bestaan
zullen, wordt eenigszins begrijpelijk door de verklaring, welke
de Godgeleerden geven van de wijze, waarop God de Zoon
van God den Vader alleen voortkomt, en waarop God de
H. Geest van God den Vader en God den Zoon te zamen ,