Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
Omdat er hier dus sprake is van Gods drievuldigheid in
Personen, is het overduidelijk, dat bij het zelfstandig naam-
woord „ Drievuldigheid" hier het bijvoeglijk naamwoord
„Heilige*', volkomen op zgne plaats staat, er noodzakelijk
bij behoort; want God is de heiligheid zelre, is de heilige
bij uitnemendheid. Alzoo de H. Drievuldigheid is, m. a. w.,
door de H, Drievuldigheid wordt verstaan: O od de Vader,
Qod de Zoon en God de H. Geest; dbie onderscheidene Personen
en maar één God.
De drie goddelijke Personen zijn dus niet van elkander
onderscheiden in hun wezen of natuur; tusschen God den
Vader, den Zoon en den H. Geest is geen onderscheid in
hun goddelijk wezen of natuur; want juist daarom kunnen
de drie onderscheidene goddelijke Personen maar één God zijn ,
omdat zij alle drie maar één en hetzelfde goddelijk wezen of eene
en dezelfde goddelijke natuur hebben. Anders zouden zij niet
maar één God, doch drie goden moeten zijn, wat onmogelijk
is; of wel zij zouden niet waarlijk drie onderscheidene god-
delijke Personen zijn. En toch moeten wij uit noodzakelijk-
heid des middels weten en belijden ten i®, dat er maar één
God is; ten 2«, dat er drie onderscheidene goddelijke Per-
sonen zijn, de Vader, de Zoon en de H. Geest (3« 18 V.)
Het onderscheid tusschen Vader, Zoon en H. Geest bestaat
dus niet in hun goddelijke natuur , maar in hunne persoon-
lijkheid, zoodat de Vader niet de Zoon , de Zoon niet de
Vader en de H. Geest niet de Vader of Zoon is. De drie
goddelijke Personen zijn hierin van elkander onderscheiden,
dat de Vader niet is voortgebracht, van niemand voortkomt,
maar van alle eeuwigheid van zich zeiven is; dat God de
Zoon van alle eeuwigheid uit den Vader geboren is, en de
H. Geest van alle eeuwigheid uit den Vader èn den Zoon
voortkomt. (Vgl. 7—10 V.)
De H. Drievuldigheid, één God in drie Personen, drie
onderscheidene Personen en maar één God, is een geheim, y
of mysterie, dat is een waarheid, die wij niet kunnen begrijpen.