Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
Kinderen, er zijn slechte menschen, — en te gelijk dwazen —
die Toorgeren niet te gelooren, dat er een God is ; doch niet
slechts het geloof, maar ook het gezond verstand, leeren het
bestaan van God zoo duidelijk, dat een verstandig mensch
daaraan niet rechtzinnig twijfelen kan; die slechte menschen
wenschen slechts in hun hart, dat er geen God ware, om
des te vrijer te kunnen zondigen.
6 V, JVaarom wordt God genoemd Schepper?
A. Omdat God alles geschapen of uit niet voort-
gebracht heeft.
7 V. Waarom wordt God genoemd Heer ?
A. Omdat aan God alles toebehoort.
Wij noemen iemand heer van iets, als hem die zaak toe-
behoort; God behoort hemel en aarde, bijgevolg is Hij ook
Heer van hemel en aarde.
8 V. Waarom wordt God genoemd Bestierder van
hemel en aarde ?
A. Omdat God alles beschikt en bestiert, zoodat
er zonder den wil of de toelating van God niets
geschiedt.
Tusschen mllen en toelaten bestaat een groot verschil,
zooals blijkt uit dit voorbeeld: God wil, dat wij allen zalig
worden, Hij laat enkel om gewichtige redenen de zonden
toe, die Hij niet wil.
Bestieren is beschikken of regelen , wat er moet gebeuren ,
en hoe en wanneer, en met welke omstandigheden het dient
te gebeuren; dit nu doet God in den hemel en op aarde, en
daarom wordt Hij bestierder van hemel en aarde genoemd.
9 V. Waarofn wordt God genoemd de fontein
onzer zaligheid?