Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
noodzakelijk heeft, en die nit zijne natnnr of zijn wezen
voortvloeien , b. v. zijn almacht, zijne oneindige goedheid in
zich zeiven en tot ons, zijne oneindige heiligheid, rechtvaar-
digheid , zijne alomtegenwoordigheid, voorzienigheid , enz.
Oneindig goed in zich zehen — de beweegreden onzer liefde
— beteekent, dat God alle oneindige volmaaktheden in zich
vereenigt; terwijl oneindig goed tot ons — de beweegreden
onzer hoop — zeggen wil, dat God oneindig genegen is om
ons goed te doen. Door Gods heiligheid verstaat men , dat
Hij het goed oneindig bemint, het kwaad oneindig haat;
door zijne rechtvaardigheid ^ dat Hij elk kwaad naar waarde
straft, en elk goed naar waarde beloont; door zijne poor-
zienigheid, de voortdurende zorg van God voor zijne schep»
selen, en zijne oplettendheid om alles te bestieren en te
regelen volgens de inzichten zijner wijsheid,
3 V. Wat is God?
A. God is een ongeschapen geest, de Schepper ,
Heer en Bestierder van hemel en aarde , de fontein
onzer zaligheid en ons opperste goed.
4 V. Waarom wordt God genoemd ongeschapen ?
A. Omdat God niet geschapen, maar van zich
zeiven , van alle eeuwigheid is.
5 V. Waarom wordt God genoemd een geest ?
A. Omdat God geen lichaam heeft.
Is God een geest, dan heeft Hij geen lichaam : geen oogen,
geen handen, geen armen, enz ; en toch wordt in de H. Schrift
meermalen gesproken — zooals wij ook doen — over Gods
oogen, enz. Daardoor worden enkel de handelingen van God,
zijn werken, enz. ons op verstaanbare wijze aangeduid; b. v.
door Gods oogen wordt te kennen gegeven, dat Hij alles
ziet, zijn arm en hand herinneren ons zijn macht, enz.