Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
7
Kinderen , door deze en soortgelijke voorstellingen , geno-
men uit het geloof, de hoop en liefde, wekt men met behulp
der genade, een bovennatuurlijke droefheid in zich op.
Die droefheid echter is nog maar de helft van het berouw,
dat uit twee deelen : droefheid en voornemen, bestaat. Het
voornemen om in het vervolg nooit meer te zondigen, is zoo
noodzakelijk als de droefheid. En wel een voornemen zoo
vast en sterk, dat men bereid is alle middelen te gebruiken,
die noodig zijn om in de zonden niet meer te vallen. Wie
dus in de bekoringen niet bidden wil, of de gelegenheid tot
zonde (plaatsen of personen) niet vluchten wil , gebruikt de
noodige middelen niet. Wie de middelen niet gebruiken wil,
heeft geen voldoend voornemen , wie geen voornemen heeft
kan geen berouw hebben ; eu wie geen berouw heeft, kan
geen goede biecht spreken.
Ten Men moet zijne zonden biechten. Vooraf echter
vraagt men den zegen, zeggende: „Vader, gelief mij uw
zegen te geven" en men maakt een kruis, waarna een korte
voorbiecht, b. v. Ik belijd mijn schuld voor God almachtig
en voor U, mijn Vader; mijn laatste biecht is geweest....
Men zorge in de biecht er bij te voegen hoe dikwijls elke
fout gebeurd is, en zoo het niet van zelf blijkt, dat men er
bij zegge of het merkelijk of erg geweest is, b. v. die leugen,
diefstal, ongehoorzaamheid was niet erg, enz... .
Van de oneerbiedigheid in de kerk moet men altijd zeggen
of het was onder de Mis van verplichting, en dan nog onder
welk deel, hoelang het geduurd heeft, met hoeveel persohen.
Kinderen , ten einde u zoo altijd goed tot de biecht voor
te bereiden , is het zeer nuttig te denken: Indien dit mijne
laatste biecht ware, hoe zou ik ze trachten te spreken P
N.B. Hierbij een of ander voorbeeld aanhalen om de kin-
deren af te schrikken van het verzwijgen der zonden en eene
onwaardige Communie, kan zijn nut hebben.