Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
'6
opofferen , misBchien de H. Mie bijwonen , het Rozenhoedje
bidden , of wel door den dag een of ander schietgebed doen
ter eere van den fi. Geest, van Onze Lieve Vrouw, uwen
Engelbewaarder , enz
De drievoudige gratie, die gij voor eene goede biecht noodig
hebt en bijgevolg vragen moet, leert u het antwoord op de
88«»« vraag.
Vooreerst dus de gratie om uwe zonden te kennen; want gij
moet uwe zonden beoordeelen zooals God zulks doet, en niet
gelijk de wereld daarover oordeelt. Eelaas, hoevelen zijn hier
— wat de kennis hunner zonden betreft — volslagen blind!
Ten tweede hebt ge de gratie noodig om over uwe zonden
een oprecht berouw te hebben; de droef heid toch moet boven-
natuurlijk zijn; dus de droefheid, die gij over uwe zonden
hebben moet, gaat uwe krachten te boven en kan enkel van
God komen.
Ten derde moet God u moed en sterkte geven, om al uwe
zonden openhartig aan den biechtvader te belijden. Hoevelen
misschien worden door eene valsehe schaamte weerhouden eene
oprechte belijdenis te doen. Die drievoudige gratie , noodig
voor eene goede biecht, geeft God zeker, als men daarom
vurig, vertrouwelijk, nederig en volhardend bidt. Let er
echter op, kinderen, bidden is wel goed en noodzakelijk,
maar alleen niet voldoende; want God geeft eigenlijk niet
de kennis uwer zonden, noch het boveuLatuurlijk berouw
over dezelve, maar enkel bovennatuurlijke hulp of gratie
om tot die kennis , dat berouw te komen door onze eigene
inspanning of medewerking met de gratie. Met dat boven-
natuurlijk licht moeten wij zelven de duistere kamer van ons
geweten rondgaan en onderzoeken , of — zooals de Catechis-
mus zegt — met zorg nadenken V. 39.
Ten S^e Men moet zijn geweten onderzoeken; of met zorg
nadenken, welke en hoevele zonden men bedreven heeft. Deze
woorden geven reeds duidelijk te kennen, dat men met behulp
der gratie of bovennatuurlijke verlichting door eigen onderzoek