Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
een goede biecht het alleen voldoende is goed te bidden , of
dat Gods genade alleen al het overige doet; neen, volstrekt
neen. God wil nadrukkelijk, dat gij zijne genade of hulp
goed gebruikt, dat gij met de genade Gods meewerkt. Gij
moet, door de genade Gods geholpen, doen wat ge kunt om
uwe biecht goed te spreken , het Sacrament waardig te ont-
vangen; en dat heet zich voor de biecht goed voorbereiden.
Nu echter, kinderen , komt de groote vraag : Hoe moet die
voorbereiding voor de biecht geschieden? Het juiste antwoord
op die gewichtige vraag vinden wij in de Les van den Cate
chismus over de biecht Vr. en A. 37.
Ten Men moet God bedanken, dat Hij ons in ome zonden
niet heeft laten sterven. Denkt wel, kinderen , dat God u na
uwe eerste doodzonde had kunnen straffen, zooals Hij de
Engelen gedaan heeft. Had God u na uwe eerste doodzonde
laten sterven, hoe langr zoudt ge dan al niet in de hel zijn P
Dat gij niet in meer en nog zwaardere zonden gevallen zijt,
dankt gij eveneens aan Gods goedheid , en vooral dat gij
thans in de gelegenheid gesteld wordt eene goede biecht te
spreken. Kinderen , dat zijn groote weldaden , waarvoor gij
God dankbaarheid verschuldigd zijt. Dus straks aan den
biechtstoel gekomen moet gij, na u eerst in Gods tegen-
woordigheid te hebben gesteld, beginnen met een dankgebed
b. V. eenige Onze vaders, om den goeden God uwen dank
te betuigen.
Ten 2-1«. Moet gij den H. Geest om gratie bidden. Een goede
biecht spreken, kinderen, is een bovennatuurlijk werk, waar-
toe wij uit eigen krachten niet in staat zijn, zoodat de gratie
of hulp van God volstrekt noodzakelijk is. De goede God
is wel bereid u die gratie te geven ; doch op voorwaarde dat
gij door een goed gebed de gratie vraagt; er staat immers
geschreven: „vraagt en gij zult verkrijgen." 't Is derhalve
geraden , dat gij reeds eenige dagen vooraf, van tijd tot tijd,
daarvoor bidt. Velen zijn gewoon daarvoor een dag of drie
te gebruiken. Ge kunt tot dat doel aan God uw werken