Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
Onflerricliting tot voorliereifling fler BiecM.
Op sommige plaatsen bereiden de Eerw. Fraters en
Zusters de kinderen onder de eerste H. Communie ,
ook die bun eerste H. Communie reeds gedaan hebben,
tot de Biecht. Die voorbereiding, waarop de kinderen
zeiven dikwyls niet denken , is van groot aanbelang
en vergemakkeljjkt de moeilijke taak der biechtvaders
niet weinig. Misschien kan het volgende hun daarin
tot leiddraad dienen.
Kinderen , het is voor de biechtvaders een zeer moeilijke
taak u het H, Sacrament der Biecht toe te dienen; niet
omdat gij in den regel groote zondaars zijt; maar omdat gij
u tot de Biecht niet goed voorbereidt, soms nog aan den
biechtstoel zit te praten ; en toch , eene goede voorbereiding
is voor u even noodzakelijk als voor groote menschen. Want
ook gij , kinderen , kunt bij gebrek aan voorbereiding eene
slechte biecht spreken, en daarom verloren gaan. Het is voor
den biechtvader verkieslijker, aan een groot zondaar, die
zich goed heeft voorbereid, de heilige absolutie te geven,
dan aan u, die misschien sedert uwe laatste biecKt maar
zeer weinig en gering kwaad gedaan hebt, en juiet daarom
denkt, dat de voorbereiding niet zoo noodig is. Al hebt ge
ook maar kleine zonden gedaan , dan is het voor u , zonder
de genade of hulp van God, toch zoo onmogelijk eene goede
biecht te spreken als met uw handen aan den hemel te reiken.
Die bovennatuurlijke genade of hulp geeft God in den regel
niet dan aan hen , die er om vragen , om bidden.
Daarom, kinderen, moet gij nooit te biechten gaan, zoo gij
niet vooraf eenigen tijd, — ja het ware te wenschen eenige
dagen van tijd tot tijd — om eene goede biecht te spreken ,
gebeden hebt. Doet ge dat, bidt ge daar vurig om, dan zal
God, die de kinderen bijzonder bemint, u de noodige gratie
of hulp zeker geven. Denkt eehter niet, kindereu, dat voor