Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
534
MORGENGEBED.
Akte van aanbidding en godsdienstigheid.
Mijn Heer. Ik ben nw dienaar (dienares). Ik moet U dns
dienen. Gij zijt mijn Heer en Meester.
En mijn God. Ongeschapen Geest, mijn eerste begin en
mijn laatste einde; in U alléén kan ik gelnkkig zijn, in U
alleen ware rnst en vrede vinden.
Ik aanbid U, Ik erken Ü als Heer en Meester van alles.
Opperste majesteit, D. i.: Gij zijt de volmaaktste koninklijke
macht, de opperheerschappij. Ik erken ü als den Koning
der koningen en den Heer van alles wat er bestaat.
Akte van dankzegging.
Ik bedank ü voor al de weldaden. De weldaden, die ik van
U ontvang, zijn te menigvuldig, o mijn God , om ze afzon-
derlijk op te noemen, daarom bedank ik U voor alle, maar
toch bijzonder, dat Gij mij dezen nacht bewaard hebt Dank dns,
O mijn God, dat Gij in nwe goedheid en liefde eenen Kngel
aan mijne zijde hebt geplaatst, om mij met zijne liefdevolle
zorgen en waakzaamheid te omringen , en mij voor alle on-
gelukken naar ziel on lichaam te bewaren.
Opdracht.
Ik offer U op mijne ziel en mijn lichaam en al wat ik bezit.
Mijn Heer en mijn God , ziehier mijne ziel en mijn lichaam,
en alles wat ik heb en bezit; doe er mee, wat Gij wilt, be-
Bchik er over zooals Gij zult goedvinden, behandel mij hard
of zacht, geef of ontneem mij wat Ge goedvindt, zend mij
droefheid of vreugde over, vóór- of tegenspoed, ik ben er
tevreden mee; alles , o Heer, wat Gij wilt, is mij goed.
Ik draag U op alle goede werken , die ik dezen dag zal verrich-
ten. Niet alleen alles, wat ik heb en ben, maar ook alles,
wat ik doen zal, draag ik aan ü op, mijn God. Wat zijt