Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
531
eenkomt met zijne verdiensten, jnist volgens de maat zijner
verdiensten is en dus juist voor hem past. De H. Augustinus
heldert ons dit door eene allernaïefste vergelijking op. Het
is daarmede, zegt hij, als met een grooten man en een kleinen
jongen , die beiden een pak van hetzelfde kostbare laken
dragen. Het pak is voor beiden naar hun genoegen juist
van pas gemaakt. De kleine jongen is niet afgunstig , noch
ongelukkig, omdat voor den grooten man meer laken gebruikt
is dan voor hem en hij zou voorzeker met hem niet van pak
willen ruilen. Zoo is bet ook in den hemel. Iedereen is
daar tevreden met zijn eigen graad van glorie, omdat deze
juist voor hem past. Ja, niet slechts zijn de laagsten zonder
afgunst, en volkomen tevreden met hun graad van glorie,
maar zij verheugen zich zelfs over den hoogeren trap van
glorie, welken anderen bereikten. Want zij zien, dat degenen,
die de glorie des hemels in hoogeren graad genieten , dien
verdiend hebben door de deugd en goede werken op aarde
volmaakter te beoefenen dan zij het deden , en God dus een
ieder naar verdiensten verheerlijkt.
De hier verklaarde waarheid, dat niet alle zaligen in heer*
Igkheid gelijk zullen zijn , maar ieder hunner naar verdien-
sten verheerlijkt zal worden, moet een ieder onzer opwekken
om met allen ernst en ijver de christelijke Rechtvaardigheid
te beoefenen, en al wat ieder in zijn staat dagelijks te ver-
richten heeft, te heiligen , verdienstelijk te maken door dit
alles te doen in staat van gratie, en ter eere Gods, met
eene zuivere meening. Dit toch is een eenvoudig, voor allen
en een ieder passend , zeker middel, om hoog in den hemel
te komen. (Vgl. 43»'^ Les, V. 7 on 9.)
II. Zullen, zoo luidt het tweede gedeelte der laatste Vr.,
alle verdoemden in straf gelijk zijn ?
Ook op dit gedeelte der V. moet beslist geantwoord worden ;
Neen ; want het is ook eene bepaalde geloofswaarheid , dat
de straf van alle verdoemden niet gelijk, niet even groot is.
Ieder verdoemde zal naar verdiensten, naar gelang hij verdiend