Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
529
duidelijk Gode aanschijn aanschouwen, niet allen in dezelfde
maat in de zaligende aanschouwing deelen; maar ieder zal
naar zijne verdiensten verheerlijkt worden. Zegt uw gezond ver-
stand, door het geloof voorgelicht, niet overluid, dat, b. v.,
de R. Maagd en Moeder Gods Maria, de H. Joseph, de
H. Joannes Evangelist, de leerling, dien Jesns liefhad, de
H. Aloysius.... door hunne uitstekende heiligheid, verdiend
hebbeu in heerlijkheid verre verheven te zijn , b. v., boven
den goeden moordenaar? dat zij verdiend hebben de zaligende
aanschouwing Gods meer innig te genieten, Gods Wezen
door het licht der glorie veel klaarder en duidelijker te zien,
en in hooger mate in God alle goed te genieten, dan die
zaligen , welke in hun leven weinig goede werken beoefend
hebben, misschien eerst op hun sterfbed rechtzinnig bekeerd
zijn? Wat de rede in deze als billijk en rechtmatig aanduidt,
bevestigt het geloof. In zijne afscheidsrede tot zijne leerlin-
gen, zeide Jesus: „In het huis mijns Vaders zijn vele woningen.**
{Joan. XIV. 2.)
Waarom sprak Jesus die woorden ? De H. Augustinus
en de H. Paus Gregorius de Groote antwoorden: Omdat de
eene heiliger is dan de andere; omdat niet allen evenveel
verdiensten vergaderen op aarde, en dus ook niet allen een
even groot loon verdienen in den hemel. Dos juist om ons
te leeren , dat in den hemel ieder naar verdiensten zal ver-
heerlijkt worden. Immers het valt niet te betwijfelen, dat
de rechtvaardige Rechter van levenden en dooden een iegelijk
zal vergelden naar zijne werken. Want de Zoon des men-
schen zal komen in de heerlijkheid zijns V^adera met zijne
engelen, en dan zal Hij een. iegelijk vergelden naar zijne werken.
{Matth. XVI. 27.)
Alle zaligen zullen dus niet gelijk zijn in heerlijkheid en
gelukzaligheid naar de ziel , en derhalve ook niet naar het
lichaam. Hoort hoe de H. Paulas ons dit punt door eene
gelijkenis opheldert. „ Eene andere, zegt hij (/ Br. aan de
Kor. XV, 41 en 42), is de heerlijkheid der zon, eene andere
C 34