Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
528
Trachten wij hier steeds meer en meer in de kennis Gods
toe te nemen; beminnen wij God bovenal, en alle en alles
om God; toonen wij die liefde door Gods geboden tot het
einde onzes levens getrouwelijk te onderhouden, en wij zullen
het laatste einde bereiken, waartoe wij geschapen zijn, nl.,
om God hierna eeuwig te aanschouwen, te bezitten en te
beminnen; (Vgl. Les, en lO-i« V.) wij zullen in het
grootste geluk der zaligen deelen : Gods- aanschijn aanschouwen
en in God alle goed genieten. God immers wordt ons
opperste goed genoemd, omdat wij in het bezit van God,
alleen volkomen gelukkig kunnen zijn. (S'»" Les, V.)
10 V. Zullen alle zaligen in heerlijkheid en alle
verdoemden in straf gelijk zijn ?
A. Neen; maar ieder zal naar verdiensten ver-
heerlijkt of gestraft worden.
De laatste V. van den Catechismus moet duidelijkheids-
halve in twee deelen gesplitst worden.
I. Zullen alle zaligen m heerlijkheid gelijk zijn? M.a. w.: Is
de zaligende aanschouwint; Gods niet in allen gelijk? Zullen
alle zaligen door het licht der glorie God niet even klaar en
duidelijk aanschouwen F Zullen allen in God te aanschouwen
niet in gelijke mate, evenveel alle goed genieten F
A. Neen. Het is een punt van ons H. Geloof, dat in
den hemel een ieder, die, tot de jaren van verstand gekomen,
in de liefde Gods gestorven is , naar zijne persoonlijke ver-
diensten, die hij tijdens zijn leven door de hulp der godde-
lijke genade vergaderd heeft, zal verheerlijkt, beloond worden.
Alle zaligen, ook de kleine kinderen, die, na het Doopsel
ontvangen te hebben, gestorven zijn vóórdat ze tot de jaren
van verstand gekomen waren , zullen wel door het licht der
glorie Gods aanschijn aanschouwen, en in God alle goed ge-
nieten , maar zij , die na het gebruik hunner rede gestorven
zijn, zullen niet allen gelijkerwijs, niet allen even klaar en