Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
527
lil
door het licht der glorie voor eeuwig bezitten, behoeven zij j,
niet meer te hopen; maar de liefde veroalt nooit. En ook
daarom is de liefde de voornaamste der drie goddelijke
deugden. (Vgl. 42®'« Les, V.) Omdat de zaligen in den
hemel door het licht der glorie God zien in al zijne schoon-
heid en volmaaktheid en dus in God alle goed genieten,
beminnen zij Hem ook noodzakelijkerwijs. Men zou eerder
zich nabij een onmetelijk vuur kunnen plaatsen zonder des-
zelfs hitte te gevoelen , dan God zien , zooals Hij is in zich
zelven, zonder door de goddelijke liefde ontvlamd te worden.
Bijgevolg is de liefde , waarmede de zaligen God beminnen ,
eene noodzakelijke daad; d. i., eene daad, waarvan zij zich
niet kunnen onthouden , zooals wij , gebrekkige stervelingen,
dit hier op aarde kunnen doen. Want wij zien God slechts,
zooals Hij zich in de schepselen en door het flauw, duister
licht des Geloofs, aan ons vertoont, en met deze onvolmaakte
kennis kunnen wij onze liefde aan God onthouden, Gode
onze liefde weigeren of onttrekken, onze liefde aan de schep-
selen wijden, of ze als tusschen God en eenig schepsel ver-
deelen. Niet alleen kunnen, maar helaas! doen wij dit maar
al te zeer, en al te dikwijls, niettegenstaande het licht des
Geloofs, gevoegd bij het licht des verstands, ons zoovele en
krachtige beweegredenen aangeeft om God bovenal en onze
evennaasten en alle schepselen om God te beminnen, lief te
hebben. Zoo is het niet in den hemel! Daar zien de geluk-
zaligen God door het licht der glorie van aanschijn tot aan-
schijn, gelijk Hij is in zich zelven, en omdat zij Hem daar
zien, gelijk Hij is, genieten ze in Hem alle goed, en kunnen
of willen zij niet anders dan Hem met volmaakte liefde bemin-
nen, zoolang God God zal zijn, in eeuwigheid, zonder einde.
Alzoo, het grootste, het wezenlijk geluk aller zaligen is:
door het licht der glorie Gods Wezen onmiddellijk te aan-
schouwen, in God allo goed te bezitten, te genieten, en God
eindeloos te beminnen, zonder vrees nog ooit door eenige
zonde zijne liefde te verliezen of daarin ooit te verflauwen!