Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
525
meer te boeten of te zuiveren hebben, onmiddellijk naar den
hemel gaan , Gods aanschijn aanschouwen. (17*1« Les , V.)
b) God zien door het licht der glorie wil niet zeggen »
Hem zien alleen door de natuurlijke krachten ran ons ver-
stand, of, gelijk men wel eens zegt, viet de oogen van ons
natuurlijk gezond versland. Hier op aarde kunnen wij door het
licht onzer rede of van ons natuurlijk gezond verstand het
bestaan van God en eenige zijner eigenschappen kennen, om
zoo te zeggen , God zien in zijne werken , zijne schepselen;
maar de natuurlijke krachten des verstands alleen zijn vol-
strekt onvoldoende, onbekwaam, om God v^-n aanschijn tot
aanschijn te aanschouwen , Hem to zien gelijk Hij is in zich
zeiven. Bloot natuurlijke krachten kunnen het bovennatuur-
lijke Wezen Gods niet aanschouwen.
c) God zien door het licht der glorie, Gods aanschijn
aanschouwen, gelijk de zaligen in den hemel, wil «iWzeggen,
God zien door de oogen des Geloofs. Door het licht des
Geloofs kennen en zien we God zeker veel beter, meer van
nabij dan alleen door de oogen des verstands. Immers het
Geloof wordt een licht genoemd , omdat hel ons natuurlijk ver^
stand verlicht om de waarheden des Geloofs , God zei ven en het
Goddelijke, al wat door God geopenbaard is, te kennen en
zoo vast te gelooven alsof wij het met onze oogen zagen , ja
nog vaster, omdat ons gezicht ons kan bedriegen, maar het
wara Geloof nooit of nimmer. (Vgl 3'ie Les, 3'ie en 7J« V.)
De H. Paulus zelf leert ons, dat er een overgroot verschil
bestaat tusschen God zien in dit leven door de oogen des
Geloofs en God zien gelijk de zaligen Hem aanschouwen in
den hemel. Thans, zegt hij, zien wij God en het Goddelijke
als door een spiegel, eigenlijk door een venster, in een raadsel,
d. w. z., flauw en duister, maar dan, nl., als wij in den
hemel komen, zullen wij God klaar en duidelijk zien van
aanschijn tot aanschijn, gelijk Hij is in zich zeiven, en Hem
kennen in zóó ver een geschapen verstand het oneindig
Wezen Gods kan kennen.