Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
521
verdient, moeten ze derven. Want al wat zij verlangen
wordt hnn geweigerd , en in elk hnnner zintuigen , waarvan
zij tijdens hun leven misbruik hebben gemaakt, worden ze
gestraft en gefolterd. Hier mag gelden hetgeen geschreven
staat in 't Boek der Wijsheide XI. 17, men gestraft wordt
waardoor men gezondigd heeft" De verdoemden in de hel lijden
dus ten 3''« het derven van al hetgeen hen eenigszins zou kunnen troosten.
De verdoemden in de hel lijden ten den brand van het
smartelijk en onuitbluschbaar vuur.
Het vuur der hel is een waarachtig stoffelijk vuur. Een-
parig toch verstaan de katholieke Godgeleerden de volgende
en andere soortgelijke woorden van Christus : „Gaat weg van
Mij, gij vervloekten 1 in het eeuwige vuur" enz. in letterlijken
zin van waar en stoffelijk vuur. Alhoewel de H. Kerk ons
deze leering niet als een punt van ons H. Geloof voorstelt,
moeten wij ze nochtans als eene stellige en onbetwistbare
waarheid aannemen, dewijl zij in de H. Kerk algemeen aan-
genomen wordt. Degenen , die deze waarheid hardnekkig
zouden loochenen , dus beweren , dat in de hel geen waar
vuur is, maar dat het woord: vuur, in figuurlijken zin te
verstaan is om aan te duiden , dat de straffen der hel ver-
schrikkelijk groot zijn, mogen niet geabsoUeerd worden ; hun
mag de Biechtvader de fl. Absolutie niet geven. Zóó heeft
de H. Pceaitentiarie te Rome beslist 30 April 1890.
De almachtige God heeft aan het vuur der hel bijzondere
hoedanigheden gegeven, welke noodig zijn tot het einde,
waartoe Hij het bestemd heeft. O. a. dat het onstoffelijke
wezens kan pijnigen ; immers het is bereid voor den duivel en
zijne engelen , die geschapen zijn als zuivere geesten, die geen
lichaam hebben. (7''® Les, 6<ie V.) Eeeds hieruit kan men
afleiden, dat het ook de zielen der verdoemden vóór den
laatsten oordeelsdag, van hunne lichamen gescheiden, als
werktuig van Gods wraak kan pijnigen, folteren. Verder
is het eene eigenaardigheid van het vuur der helle, dat het
zijne brandstof, de verdoemden, vreeselijk brandt, maar niet