Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
520
Les, 7''® V.) Derhalve kunnen de verdoemden ook van-
wege de zaligen geen troost meer verwachten. *t Behoeft
niet eens aangetoond, dat de duivelen hunne slachtoffers
geenszins troosten, maar voor hen oorzaak zijn van meerdere
folteringen. Van hunne medeverdoemden kunnen zij evenmin
eenigen troost verwachten, en wel allerminst van degenen ,
die hier op de wereld voor hunne vrienden doorgingen, om-
dat ze onder den valschen naam van vriendschap in hunne
zonden deelnamen; want, bespotten, verwenschen en ver-
vloeken de verdoemden in de hel elkander onderling, dan zeker
wel allermeest degenen , die de oorzaak, de schuld zijn van
hun eeuwig verderf, die hun het kwaad geleerd, er toe ver-
leid, overgehaald hebben.
Wee dus bijzonder den ergernisgever !... Zelfs die troost-
reden , welke men een verstokten zondaar wel eens hoort
aanhalen: „als ik om die zonde van onkuischheid, enz., naar
de hel ga, dan zal ik er toch niet alleen zijn," is dus zoo
valsch mogelijk, en 't eenig antwoord, dat iemand verdient,
die zich hier met die gedachte troost, is : des te erger voor
u. Dit blijkt bovendien uit het soort van menschen, die het
rijk Gods (den hemel) niet zullen bezitten, maar naar de hel
gaan. „ Of weet gij niet — mag men zoo iemand in navol-
ging van den H. Paulus I Kor. VI. 9. 10. vragen — dat
onrechtvaardigen het rijk Gods niet zullen erven P Misleidt
u niet." Want verder zullen tot uw gezelschap behooren :
„ onkuischen , afgodendienaars, overspelers, wellustelingen,
ontuchtigen , dieven, gierigaards, dronkaards, kwaadsprekers,
roofzuchtigen;" godslasteraars, heiligschenners, enz., enz.
Kortom: de laagste en gemeenste klas van menschen, die
er onder zedelijk opzicht bestaan hebben of zullen bestaan.
Zulk gezelschap dient blijkbaar niet tot troost.
Maar blijft dan den verdoemden in de hel die troost niet
over, dat ze hun wil en lusten kunnen involgen, voldoen?
Neen. Ook dien troost, als het involgen van eigen wil, of
het voldoen zijner lusten , ooit den naam van waren troost