Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
517 I
zware, omdat zij ons menechelijk begrip of verstand hier op \
aarde te boven gaat. Wij kunnen hier op aarde de zwaarte ^
dier straf niet begrijpen. Met behulp van deze of gene ver- '
gelijking kunnen wij ons eenig, altijd onvolmaakt denkbeeld y
vormen van de zwaarte dier straf; ze begrijpen kunnen we in i
dit leven niet. Hooren we, b. v., Absalom , den ontaarden »
zoon van David , na ondergane ballingschap in Gessur, tot 5
Joab zeggen: Waarom ben ik uit Gessur teruggekomen?
Het was mij beter, draaglijker daar te verblijven, dan hier j
het aanschijn van mijn Koning en Vader langer te moeten
derven. Ik bid u dus: Zorg er voor, dat ik des Konings
aanschijn moge zien! Zoo niet — dat hij mij dan liever doe
ter dood brengen, doe sterven. (Vgl. 2''« B. der Kon. XIV.)
Uit deze geschiedenis knnnen wij nu wel met grond be-
sluiten : viel het Absalom zoo zwaar beroofd te zijn van het
aanschijn van zijn vader David ; — dan moet het den ver-
doemden in de hel onvergelijkelijk veel meer zwaar vallen
voor eeuwig beroofd te zijn van het Goddelijk aanschijn 1 ,
Maar verder knnnen toij het niet brengen , omdat voor ons
menschen hier op aarde het niet aanschouwen van Gods aan-
schijn louter een gemis, en geene berooving is. Zeg tot een t,
blindgeborene: Hoe verrukkend is toch de aanschouwing der t
natuur in al hare kleuren en schakeeringen. Hij begrijpt er f
niets van. Zeg hetzelfde aan iemand, die op rijpen leeftijd **
blind is geworden, van 't gebruik zijner oogen beroofd is.
Hij zal weeklagend antwoorden : ja , maar dat genot kan ik
nimmer meer genieten! Hij zal, gelijk Tobias, de grootte
en zwaarte van de berooving van 't gebruik zijner oogen
gevoelen en besefien. „ Wat vreugde kan mij overkomen,
die in duisternis zit, en het licht des hemels niet zie ?"
{Tob. V. 12.)
Gelijkerwijs is het gesteld met de verdoemden; na het
oordeel erkennen en gevoelen zij duidelijk, dat zij bestemd
waren om God van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen ,
en in God alle goed te genieten ; zij verlangen ten sterkste