Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
516
Christus, de alwetende, rechtvaardige rechter, zal één van
die twee vonnissen over een ieder onzer, over mij, over u....
in het oordeel uitspreken. Eenmaal uitgesproken, valt er
niets meer aan te veranderen , is er niets meer aan te doen;
want het vonnis zal onherroepelijk zijn.
Vreeselijk vonnis, dat over mijne eeuwigheid beslist!
Eeuwig gelukkig, of eeuwig ongelukkig. „Allerzoetste Jesus,
wees voor mij niet Hechter, maar Zaligmaker!" „Mijn
Jesus, barmhartigheid!"
8 V. fVat zullen de verdoemden in de hel lijden ?
A. Ten 1. De onbegrijpelijk zware berooving van
het Goddelijk aanschyn ; ten 2. de knaging van het
geweten; ten 3. het derven van al hetgeen hen
eenigszins zou kunnen troosten; ten 4. den brand
van het smartelijk en onuitbluschbaar vuur; mtenb,
bovenal de ellendige eeuwigheid.
In dit A. noemt de Catechismus vijf straffen op, welke de
verdoemden, d. i., degenen, die in staat van eene dadelijke
doodzonde gestorven zijn, in de hel zullen lijden.
Ten de onbegrijpelijk zware berooving van het Goddelijk aan-
schijn, d. w. z., de berooving van God aanschijn tot aanschijn,
gelijk Hij is, te mogen aanschouwen. In dit aanschouwen
van Gods aanschijn bestaat het grootste geluk der zaligen.
V.) De berooving van dit onbegrijpelijk groot geluk is
de grootste straf der verdoemden in de hel. Daarom ook
wordt deze straf ter onderscheiding van de vier volgende,
bij uitnemendheid de pijn van schade genoemd, d. w. z., van
berooving , het verlies van het hoogste geluk, het niet berei-
ken maar verstoken blijven van het einddoel, waartoe God
ons menschen geschapen heeft, nl,, om Hem hierna eeuwig
te aanschouwen (1®" Les, V.), en in dit aanschouwen
Gods alle goed te genieten. Die berooving van het Goddelijk
aanschijn noemt de Catechismus te recht eene onbegrijpelijk