Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
515
heid zich alleen doen gelden. Dat God ons deze waarheid
te voren heeft bekend gemaakt, is een nienw bewijs van zijne
overgroote barmhartigheid opzichtens eiken zondaar, en voor
iedereen eene opwekking en dringende aanmaning te meer
om toch bijtijds de middelen aan te wenden om een genadig
oordeel te bekomen. (Vgl. bl. 95.) ^
Men zon zeggen, dat Thomas van Kempen dit pnnt heeft S
willen uitleggen, toen hij schreef (T. a. p. , hfilst. XXLV, "
n. 1.) „Zie in alle zaken op het einde, en hoe gij voorden
strengen Eechter staan zult, wien niets verbort;en is: die 3
door geschenken niet bevredigd wordt, noch verontschuldi- |
gingen aanneemt, maar zal oordeelen volgens hetgeen recht is. i|
„O allerongelukkigste en dwaze zondaar! Wat zult gij J
antwoorden aan God , die al uw kwaad kent: gij, die soms '
het aanschijn vreest van een toornig mensch F
„ Waarom draagt gij geen zorg voor u zelven tegen den
oordeelsdag , waarop niemand door een ander zal kunnen !"
verontschuldigd of verdeditjd worden; maar een ieder zich j
zelven genoeg tot last zal zijn P
„Nu is uw moeite vruchtbaar, uw geween aanneembaar,
uw zuchten verhoorbaar, en strekt uw berouw tot voldoening |
en zuivering."
En ten S''«*, dat het vonnis onherroepelijk zal zijn, d. i., onver-
anderlijk , zonder hooger appèl, of hoop op gratie voor den
verdoemde. Hier dient de V. herhaald:
Welk vonnis zal Christus in het oordeel uitspreken ?
Hij zal de goede menschen, d. i., degenen, die in staat
van gratie gestorven zijn, met groote liefde tot zich roepen:
Komt gij gezegenden mijns Vaders, en hun den hemel geven.
Bezit het Koninkrijk, dat.,,,; maar de boozen, d. i., degenen,
die in staat van doodzonde gestorven zijn, zal Hij met ,!
groote gramschap van zich naar de eeuwige verdoemenis
jagen : Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwig vuur,, ..
(Vgl. 12de en Les, V.)