Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
514
7 V. Wat maakt het oordeel vreeselijk?
A. Ten 1. Dat een ieder daar zal moeten te voor-
schijn komen; ten 2. dat de rechter onbeweeglijk zal
zijn; en ten iJ. het vonnis onherroepelijk.
Drie zaken vooral maken het oordeel vreeselijk.
Ten 1»'«, dat een ieder daar, d. w. z., in het laatste oordeel
zal moeten te voorschijn komen, d, i., voor Gods oordeel zal
moeten verschijnen. (Vgl. 12''« Les, 5''« V.) „Allen toch
znllen xoij ten oordeel staan voor den rechterstoel van Christus'*
(Br. aan de Bom. XIV. 11.) Iedereen, ook vader en moeder,
zuster en broeder, en allen, die ons gekend hebben zullen
dus met ons ten oordeel verschijnen , en op den oordeelsdag
alle kwaad hooren, dat we ooit gedaan — en niet goed
gebiecht, door geene goede Biecht zouden hersteld hebben.
De herinnering aan deze waarheid is een krachtig middel om
alle schaamte bij de Biecht te overwinnen. (Vgl. Les,
44«^« V., bl. 360 en volg.)
Ten 2'»S dat de Rechter, Jesns Christus, (vgl Les, l»te V.),
die nu tijdens dit leven, voor een ieder, ook voor den groot-
sten zondaar, rrenzenloos barmhartig is, en alwie Hem
rouwmoedig om vergeving smeekt in genade ontvangt, dan
nl., als „de dag van gramschap" voor een ieder in 't bij-
zonder onmiddellijk na zijn dood, en voor allen gezamenlijk
in den laatsten oordeelsdag is aangebroken, onbeweeglijk zal
zijn, d. w. z., zich niet meer tot barmhartigheid zal laten
bewegen, noch door bidden en smeeken van den zondaar,
die ten oordeel staat, noch door de voorspraak van anderen,
zelfs niet van Maria, de Moeder van Barmhartigheid voor
allen, die vóór hun dood hare alvermogende voorspraak
inroepen ; want de tijd zoowel van boetvaardigheid als van
barmhartigheid eindigt voor den zondaar met den dood. Er
zal geen tijd meer voor zijn. (vgl. Openb. v. d. H, Joan. X. 6.)
Maar dan zal het strafgerecht, Gods strenge rechtvaardig-