Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
513
dag des oordeels rekenschap zon vragen over hetgeen gij nit
gehoorzaamheid aan nwen zielbestierder gedaan hebt, zeg
Hem dan : Heer, ik heb het gedaan om, zooals Gij mij bevolen
hebt, aan uwen plaatsbekleeder te gehoorzamen, en Jesns Christus
zal u niet veroordeelen. (Vgl. hes, 2'!% 49^'« en 50»te V.)
6 V. Wat zal ons in het uur des doods het meest
vertroosten ?
A. Gods barmhartigheid, de verdiensten van
Christus , en een goed geweten.
In het uur des doods zullen ons drie zaken het meest ver-
troosten. Ten Gods barmhartigheid, die gedurende 's men-
schen leven op aarde zonder einde, grenzenloos is, en zelfs
aan de grootste zondaars verlangt vergiffenis te schenken.
Denkt hier aan David , Manasses, aan den verloren Zoon^
aan Petrus eu Paulus, aan Magdalena, aan den goeden moor-
denaar, enz., enz.; verzucht met den tollenaar: „Heer wees
mij zondaar genadig!" „Mijn Jesus, barmhartigheid!"
Ten de verdiensten van Christus, die van oneindige waarde
en overvloedig zijn, zoodat een druppel van zijn goddelijk
bloed geheel de wereld van alle boosheid kan reinigen.
En ten 3<ie, een goed geweten, d. w. z., de getuigenis van
onze conscientie, dat we onze zonden te goeder trouw, wel
of goed gemeend, rouwmoedig en rechtzinnig gebiecht hebben,
en aan onze overige verplichtingen hebben voldaan. Deswege
mag men zich veilig aan het oordeel zijns Biechtvaders houden.
Indien deze ons gerust stelt, behoeft men niet angstig te zijn,
dat men zich zeiven misleidt of bedriegt. De gehoorzaamheid
is de zekere weg ten hemel. (Vgl. vorige V.) „Tracht nu
zoo te leven, dat ge in het uur des doods veelmeer moogt
blijde zijn, dan vreezen. Dan zal een zuiver en goed geweten
meer vreugde verschaffen, dan eene geleerde wijsbegeerte,—
dan aardsche schatten, — dan alle wereldsche vermaken."
(Thom. van Kemp., t. a. p., hfdst. XXIII en XXIV. n. 6.)
C 33
r
>