Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
512
van angst en vreeze in het uur zijns doods. Immers de H.
Schriftuur zegt zelve (EccL IX. 1 — 10)^ „de mensch, zelfs
de rechtvaardige en deugdzame mensch, weet niet met de
zekerheid des geloofs, of hij liefde of haat verdienf\ of hij al
of niet in Gods liefde, in staat van gratie hersteld is. Dat
blijft voor hem in den verklaarden zin onzeker, totdat hij
voor Gods rechtvaardig oordeel staat, en daar zijn eindvonnis
hoort: Kom, gezegende mijns Vaders .. ., of wel: Ga weg van
Mij, gij vervloekte____ (Vgl. vorige Les S^te V.)
Intusschen, hoe vreeswekkend deze waarheid uit haar aard
zelfs voor een deugdzaam mensch zij, hij weet tevens, dat er
voor alwie zijne zonden welgemeend beleden heeft of belijdt,
overvoldoende reden bestaat om zich niet angstvallig, onge-
rust te maken. Hij weet, dat hij zich gerust mag verlaten
op het beslist oordeel zijns Biechtvaders. Immers deze is
door God zelven aangesteld om hier in zijne plaats te oor*
deelen. Derhalve mag alwie zijne zonden rechtzinnig en
rouwmoedig aan den Biechtvader beleden heeft, gerust Gods
oordeel te gemoet zien. Als onze Biechtvader ons zegt:
Wees gerust ; uwe zonden zijn u vergeven; ge moogt geene
generale Biecht meer spreken , ge moogt op dit of dat punt
niet meer terugkomen , dit of dat geval niet meer in 't bij-
zonder herhalen , dan moeten wij , willen we als christelijke
menschen redelijk te werk gaan, ons aan zijn oordeel onder-
werpen , gehoorzamen. Zou onze Biechtvader zich in zijn
oordeel ook vergissen , dan zal hij zelf rekening en verant-
woording van zijne uitspraak moeten afleggen voor Gods
rechterstoel; maar wij kunnen door aan onzen Biechtvader te
gehoorzamen niet misdoen ; mits wij gehoorzamen, behoeven
we Gods oordeel zelfs dan niet te vreezen ; want Gods oor-
deel is zeker rechtvaardig. God zal of kan niemand ter helle
doemen, die in eenvoudigheid des harten gehoorzaamd heeft
aan zijn Biechtvader, aan wiens oordeel wij ons, volgens Gods
eigene verordening, nederig moeten onderwerpen. Indien,
zegt de H. Alphonsus de Liguorio , Jesus Christus u op den