Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
511
giflenis meer van krijgen , als mocht hij in zijn niterste niet
meer op Gods oneindige barmhartigheid hopen en vertrouwen.
Het zekere middel om de eerstvermelde en grootste oorzaak t
van vrees in het uur des doods te voorkomen , is : nu de
zonden zorgvuldig, als het eenige wezenlijk kwaad dat ons
treöen kan , te vermijden, te vluchten ; onnoodig te zeggen ,
dat zo ons dan op ons sterfbed niet kunnen beangstigen. '5
Hebben we ongelukkig zonden, en misschien velo eu zware ^
zonden bedreven, dan is het middel om allo angstvallige ]
vreeze of wantrouwen weg te nemen , ae altoos oprecht en
met een waar berouw en vast voornemen in de H. Biecht te
belijden. Want de H. Apostel Joannes zegt nadrukkelijk j,
(l't*- Br. , 1:9.) — indien wij (zóó) onze zonden belijden , is
God getrouw en rechtvaardig om ons onze zonden te ver- '
geven , en ons van alle ongerechtigheid te reinigen.
Van den kant van God bestaat er dus geen de minste
reden om te twijfelen, of Hij onze zonden vergeven heeft of
zal vergeven, hoe menigvuldig en zwaar ze ook mogen ge-
weest zijn , indien wij ze maar met de noodige gesteltenis in
de H. Biecht eenmaal beleden hebben of belijden; want Hij
is getrouw in het vervullen zijner belofte, waardoor Hij aan de j
boetvaardigen , die hunne zonden belijden , om de oneindige '
verdiensten van Christus, vergiffenis heeft beloofd. Getrouw
ja, en rechtvaardig ; want het behoort tot Gods rechtvaardig-
heid, zijne gedane beloften te vervullen, na te komen. Ik
herhaal het: van den kant van God mogen, ja moeten wij
dus volkomen, zelfs met de zekerheid des geloofs, gerust
zijn, dat Hij ons onze zonden vergeven heeft, of zal ver-
geven, indien wij ze maar met de noodige gesteltenis beleden
hebben of belijden.
Doch juist omdat niemand , zonder bijzondere openbaring
Gods , met de zekerheid des geloofs weet, dat hij zijne zonden
met de vereischte gesteltenis beleden heeft, begrijpt ge van
zelf, dat ten 2''®, Gods rechtvaardig oordeel voor een ieder, die
ooit eene doodzonde bedreven heeft, eene gegronde reden ia