Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
507
en dat of hel of hemel on$ lot zal zijn in eeuwigheid! Spreekt
men, naar aanleiding van een of ander treffend sterfgeval, J
al eens over den dood , over de kortheid en onzekerheid van ï
's menschen leven, 't geschiedt meestal zeer oppervlakkig, en ^
't meest in betrekking tot het tijdelijk belang der overblijven- j,J
den. 't Heet dan veeltijds: Hebt ge het gehoord: Mr. ot »
Mevrouw die en die is overleden. Nu ja: „Een gelukkige S
doode. O. L. H. hebbe de ziel, zij der ziel genadig 1" Of:
„Wat een verlies!" „Wat een droevig lijk!" Bekleedde de
overledene een ambt, een post, dan wordt deze al dadelijk
aan derden toegedacht. „Üat is een baantje voor die of die.
Den eenen zijn dood , is den anderen zijn brood enz., enz.
— 't Spreekt van zelf, dat zoodanig oppervlakkig denken of
spreken over 't uiterste van den mensch, luttel of geene
vrucht ter zaligheid voortbrengt. Om er werkelijk profijt,
voordeel mee te doen, moeten wij onze uitersten aaniachtig,
nauwlettend in hunne bijzonderheden omrdenken, overwegen,
nagaan, op onze levenswijze toepassen en ze als voortdurend,
gestadig voor oogen houden. Immers de H. Geest zegt:
Denk is al wat gij doet op uwe uiter&ien!.. ..
— „Ja maar, als men voortdurend op dood , oordeel, hel
of hemel dacht, dan was 't in de wereld geen leven !"
— Met onderscheid : geen leven voor zonden , en vermaken,
pleizieren, die uit hun aard gevaarlijk zijn, tot zonde leiden.
Dat geef ik toe. Maar hoe zult ge zelf daarover denken op
uw sterfbed , in het oordeel en , als gij er geene oprechte
boetvaardigheid over gedaan hebt, in de hel? Te laat en
tevergeefs zal het u dan berouwen, zulk leven geleid te
hebben----
Geen leven ? Alsof niet juist het oefenen der deugd het
leren van den mensch reeds op deze wereld zooveel mogelijk
gelukkig en aangenaam maakte! (Vgl. Iste j^es, i'te V.) „Be
godsvrucht is tot alles nuttig, dewijl zij de beloften heeft van dit
leven en van het toekomstige. Een waarachtig woord is dit (wat
ik daar zeide van het tweevoudig heil, geluk aan de gods-