Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
499
De zin der gestelde V. is: Of men in geweten, d. w. z.,
op zonde, krachtens het gebod der naastenliefde, verplicht,
gebonden is aan arme menschen aalmoezen te geoen en wan-
neer vooral?
Om liet A. goed to begrijpen , moet ge weten, dat de nood
van aeme menschen drieërlei ondersüheiden wordt: nl.
gewor,e, groote en uiterste nood.
Door gewonen nood wordt verstaan die nood , waarin arme
menschen altijd of bijna altijd, dus gewoonlijk verkeeren.
Groot wordt hun nood genoemd, wanneer met grond te
vreezen is, dat, indien ze niet geholpen, niet ondersteund
worden, zij zwaar ziek zallen worden, of in hun stand
grootelijks achteruit zullen gaan, of in hun goeden naam,
in hunne faam grootelijks zullen lijden.
In den uitersten nood verkeeren arme menschen dan, wan-
neer zij blijkbaar in 't gevaar zouden verkeeren van gebrek
om te komen, te sterven, indien hun geen hulp verleend werd.
Nu ge weet, wat er door den drieërlei nood der armen te
verstaan is, zult ge gemakkelijk den zin van hot A., dat de
Catechismus hier geeft, begrijpen.
Ja, men is soms in geweten verplicht aan arme menschen
aalmoezen te goven, lichamelijke werken van barmhartigheid
te bewijzen. Immers, zoo redeneert de H. Thomas van
Aquine: „Niemand wordt om het achterlaten, het niet doen
van iets, waartoe hij niet door een gebod verplicht, gehouden
is, door God gestraft met de eeuwige straf. Welnu, het
blijkt uit het XXV hfdst. van Matth., (vgl. 8 v.), dat som-
migen om het verzuimen van aalmoezen door Christus, den
Eechter van levenden en dooden , ter helle zullen verwezen
worden. Dus is men soms wel degelijk in geweten, op dood-
zonde verplicht aan arme menschen aalmoezen te geven."
In 't algemeen gesproken , is men uit naastenliefde verplicht
aan arme menschen aalmoezen te geven, zelfs in hunnen
gewonen nood , maar voornamelijk, vooral als zij in uitersten of
f