Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
496
van zonde te vermijden, of er zich aan te onttrekken, om
deze of gene bekoring te overwinnen, om zich deze of gene
dengd eigen te maken, om een zaligen levensstaat te kiezen,
enz., enz., goeden raad geven.
5. De bedroefden vertroosten, d. w. z., degenen, die ten
gevolge van tegenspoed, kruisen of beproevingen van wat
aard ook , b. v., van ziekte , van sterfgeval of van onaange-
naamheden in de familie, enz., enz., bedroefd zijn, troosten,
opbeuren, moed inspreken, door hen te wijzen op Gods alwijze
en vaderlijke voorzienigheid, die alles ten goede doet gedijen
voor degenen, die Hem liefhebben, die op Hem vertrouwen,
en diensvolgens hen opwekken om al wat hun reden tot
droefenis gaf, gelaten uit Gods vaderhand aan te nemen,
edelmoedig tot boeting hunner zonden te verduren, op te
olferen voor den hemel, waar God alle tranen van de oogen
zijner getrouwen zal afwisschen , en de dood niet meer zal
zijn, noch rouw, noch geschrei, noch smart; want daar zal
niets meer zijn van al hetgeen ons hier tot droef heid stemde :
want de eerste dingen, de dingen dezes levens, zijn voorbijgegaan,
(vgl. Boek der Openb. XXI. 4.)
6. Het ongelijk, dat ons in de samenleving door wien ook
wordt aangedaan, geduldig lijden, elkanders lasten dragende,
om zoodoende de wet van Christus, de wet der liefde, te
vervullen. (Vgl. Br. aan de Galat. VI. 2.)
7. Hetgeen tegen ons persoonlijk misdaan is, uiterharte ver-
geven, en dit ook toonen. (vgl. 27«® hes, 4Je V.) Door deze
twee laatste werken van geestelijke barmhartigheid wordt de
vrede behouden , of hersteld , veel kwaad , wat noodwendig
uit oneenigheid en twist ontstaat, voorkomen.
6 V. Hoeveel en welke lichamelijke werken van
barmhartigheid zijn er ?
A. Zeven : 1. de hongerigen spijzen ; 2. de dor-
stigen laven; 3, de naakten kleeden ; 4. de vreem-