Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
490
gratie en alle dadelijke gratiën verdiend, gratiën , die ons
bovennatnnrlijke krachten geven om bovennatuurlijk goede
werken te doen; bovennatuurlijk goede werken, niet enkel
die ons eenigerwijze ter zaligheid dienen, maar ook die ons
recht geven op de hemelsche belooning. Dus al onze goede
werken hebben de kracht om ons ter zaligheid te dienen , of
den hemel in strengen zin te verdienen , allereerst uit de ver-
diensten van Christus, onzen Zaligmaker. Immers alles, wat
ons ter zaligheid dienstig of noodig is, moet van God komen,
(vgl. Les, O-ie V.) en wordt ons gegeven om de verdiensten
van Christus.
Onze goede werken hebben de kracht om den hemel in
strengen zin te verdienen , ten , uit de goddelijke beloften
Ontbreekt deze tweede oorzaak, waaruit onze goede werken
de kracht hebben om er in strengen zin den hemel door te
verdienen , dan kunnen we er toch nog wel in ruimen zin
iets door verdienen , of verkrijgen , dat ons of anderen ter
zaligheid dienstig is, omdat ze reeds ter oorzake van de
verdiensten van Christus eenig bovennatuurlijk loon waardig
zijn ; maar zonder de goddelijke beloften zouden zelfs die
goede werken, welke wij in staat van gratie en ter eere Gods
verrichten , de kracht niet hebben om bepaald den hemel in
strengen zin te verdienen. Waarom niet? De reden, die het
zooeven toegezegd bewijs inhoudt, is, kort en bondig, deze:
Omdat Qod, onze Schepper en Heer, enkel en alleen dan
verplicht kan zijn ons een bepaald loon te geven, als Hij
zelf zich door belofte daartoe wil verbinden, wil verplichten.
"Welnu , dat heeft Hij gedaan , en daarom , nl., omdat God
ons voor die goede werken, welke wij in staat van gratie en
te zijner eer verrichten, bepaald den hemel als loon beloofd
heeft, hebben zoodanige goede werken ook waarlijk uit de
goddelijke beloften de kracht om den hemel in strengen zin te
verdienen; want „belofte maakt schuld." Die wezenlijk, en
wel als loon, iets belooft, is verplicht — zij het dan ook al niet
uit rechtvaardigheid, zeker uit getrouwheid — het beloofde