Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
492
heilig we ook mochten zijn, zeker de hnlp der dadelijke
gratie Gods noodig, om eenig goed werk te verrichten, dat
ons ter zaligheid dienen kan.
De groote kerkleeraar, de H. Augustinus, maakt die waar-
heid door eene gelijkenis voor 's menschen gezond verstand
begrijpelijk. „ Gelqk , zegt hij, het lichamelijk oog, hoe ge-
zond ook, zonder de inwerking van het licht niet zien kan ;
zóó kan de rechtvaardige niet goed leven, tenzij God hem
helpe door het licht der gerechtigheid."
Zelfs de rechtvaardigste mensch kan dus niet uit eigen
kracht goede werken doen , die hem ter zaligheid dienen ;
maar hij heeft daartoe de hulp der dadelijke gratie noodig,
zonder welke hij niets goeds ter zaligheid kan verrichten.
11 V. Waaruit hebben onze goede werken de kracht
om den hemel te verdienen ?
A. Uit de verdiensten van Christus en de godde-
lyke beloften.
Onze goede werken hebben de kracht om den hemel in
strengen zin des woords te verdienen, ten uit de verdien'
sten van Christus , en ten uit de goddelijke beloften. Ik zeg :
in strengen zin, want V. en A. duiden genoegzaam aan, dat
hier eigenlijk gezegde verdienstelijke goede werken bedoeld
worden, te verstaan zijn. Immers deze V. eindigt met de-
zelfde woorden als de V., waarin verklaard wordt: Hoe
wij onze goede werken moeten verrichten om daardoor den hemel
te verdienen. Dââr was sprake van den hemel verdienen in
strengen zin. Dus ook hier, waar gevraagd wordt : Waaruit
onze goede werken de kracht hehhen om den hemel te verdienen ?
Immers volkomen dezelfde woorden moeten natuurlijkerwijs
ook in een en denzelfden zin verstaan worden. Dat de Cate-
chismus hier waarlijk goede werken op het oog heeft waar-
door wij den hemel in strengen zin verdienen, blijkt temeer
omdat hij er in zijn A, bijvoegt, en uit de goddelijke beloften ;