Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
483
Streeft er oaar, om, in navolging van onzen goddelijken
Zaligmaker, altijd te doen wat onzen Vader, die in de
hemelen is, behaagt. Zoekt nimmer door uwe goede werken
uwe eigene glorie, miar doet altoos alles, wat gij doet, ter
eere Gods, tot alle intentiën , voor welke Jesns zich heeft
opgeofierd aan het kruis en zich elk oogenblik van den dag
aan zijn Hemelschen Vader opdraai^t op het altaar in alle
deeleu der wereld.
Kinderen, prent de verklaring van dit allerbalangrijkst
punt der christelijke leer diep in uw hart. Uwe eerste en
voorname zorg zij, en blijve altoos, uwe werken in staat
van gratie en ter eere Gods te verrichten. — Dusdoende
verheugt en verblijdt U! omdat uw loon groot is in den hemel.
(Matth. V. 12.) Gij moogt dan den fl. Paulus nazeggen:
Voorts is mij weggelegd de kroon der gerechtigheid, (d. i. de
rechtmatige, de welverdiende kroon des eeuwigen levens)
welke de Heer, de rechtvaardige "Rechter mij ten dien dage geven
zal (2J'» Br. aan Timoth. IV. 8.) „ Want God is niet onrecht-
vaardig , dat Hij uw werk zou vergeten en de liefde, die gij voor
zijnen naam hebt getoond. (Br. aan de Hebr. VI. 10.) Verricht
dus alle uwe goede werken io staat van gratie en ter eere
Gods, dan verdient gij den hemel gemakkelijk; dan komt
ge zeker, en hoog in den hemel; want gij verdient door
elk werk, zoo verricht, telkens vermeerdering der heilig-
makende gratie eu der hemelsche glorie.
10 V. Kan de mensch uit eigen kracht goede
werken doen , die hem ter zaligheid dienen ?
A. Neen; bij heeft daartoe de hulp der goddelijke
gratie noodig, zonder welke hy niets goeds ter zalig-
heid kan verrichten.
In deze vraag is sprake van goede werken, die den mensch
eenigerwijze ter zaligheid dienen. Om alle misverstand te voor-
komen, merk ik hier allereerst op, dat die woorden: goede
werken , die ons eenigerwijze ter zaligheid dienen, niet het-