Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
482
Dit blijkt reeds uit de vroeger aangehaalde woorden van het
Morgengebed: „Mijn Heer en mijn God, ik draag U op alle
de goede werken , die ik dezen dag zal verrichten. Ik wil
die doen tot uwe eer en glorie, tot zaligheid mijner ziel en om
de aflaten te verdienen, die daaraan zijn toegevoegd.'* Waarlijk
het is heilzaam zijne goede werken tot verschillende inten-
tiën op te dragen.
Uit de levens en nagelaten schriften der Heiligen blijkt
duidelijk , dat zij gewoon waren op die wijze hunne goede
werken ter eere Gods te verrichten; dat zij bij die algemeene
meening te gelijk verschillende andere bijzondere voeg-
den , b. V., voor de vrijheid en verheffing van onze Moeder
de H. Kerk, voor de bekeering der zondaren en ongeloovigen,
tot volharding der rechtvaardigen, om voortgang te doen
in de volmaaktheid, om van deze of gene ramp bevrijd te
worden, deze of gene genade te verkrijgen voor zich zeiven
of voor anderen , of om God voor verleende weldaden te
danken, enz. , enz. Dusdoende volgden de Heiligen het
voorbeeld van Christus zeiven. Christus getuigde van zich
zeiven als mensch: „Ik zoek mijne eer niet:* „Ik doe altijd
wat Hem, God den Vader, behaaglijk w." VIII. 29. 50.)
Van zijne menschwording tot aan zijn dood aan het kruis
deed Hij alles tot meerdere eer en glorie van zijn hemelschen
Vader, bepaald om de opperheerschappij en majesteit zijns
Vaders te erkennen; om zijn Vader te danken voor alle
voorrechten , genaden en weldaden , hem als mensch en te
zijner wille aan alle menschen geschonken en tot aan de vol-
tooiing der eeuwen nog te schenken; tot voldoening voorde
zonden van ieder mensch; en eindelijk om steeds nieuwe wel-
daden van allerlei aard , die het heil der menschen kunnen
bevorderen , af te smeeken. Jesus Christus stierde dus al
zijne werken tot dezelfde vier verheven doeleinden , waartoe
Hij ééns zich zeiven heeft geslachtofierd aan het kruis, en
nog dagelijks, onder de gedaante van brood en wijn, aan
God den Vader opoffert. (Vgl. bl. 307, 308.)