Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
477
Godgeleerden den braven Christen reeds troost en bemoedi-
ging, niet minder de stellig zekere waarheid, dat men door
elk werk , dat men in staat van gratie en ter eere Gods doet,
hoe gering, klein, onbeduidend, ja onverschillig het uit zijn
aard ook wezen kan , telkens een hoogeren graad van heilig-
makende gratie, en dus ook vermeerdering der hemelsche
glorie kan verdienen. Ter bevestiging dier waarheid schreef
de H. Apostel Paulus, door ingeving en onder bijzonderen
bijstand van den H. Geest, (vgl. 4''® Les, 2de V.) aan de ge-
loovigen van Korinthe, (I Br,, X. 31): „ Hetzij gij dan eet,
hetzij gij drinkt, hetzij gij iets andebs doet, doet alles tot eer
van God" En aan de Kolossers (III. 17.): Al wat gij doet in
woord of in werk, doet het alles in den naam van den Heere
Jesus Christus", die zelf betuigd, beloofd heeft, dat alwie (in
staat van gratie) slechts een beker, een glas koud water aan
één van de geringsten zijner leerlingen in zijn naam, te zijner
eer, zal te drinken gegeven hebben, zijn loon niet zal missen.
(Vgl. Matth. X. 42 , Marc. IX. 40.)
Allerlei slag van goede werken kunnen dus verdienstelijk
zijn voor den hemel. Met name a) die we doen moeten om
Gods heiligen wil, Gods geboden te onderhouden; want, bij
Matth. XIX. 17, wordt dit als noodzakelijke voorwaarde
gesteld om den hemel te verdienen : „ Indien gij tot het leven
wilt ingaan, onderhoud de geboden". Deze waarheid is bijzonder
troostvol voor al wie in de wereld hard moet werken om
voor zich en de zijnen den kost te verdienen. Mits men
zijn werk volgens plicht van staat doe, omdat God het wil,
doet men het van zelf ter eere Gods. Bij 't begin der ver-
klaring van de 9de V. zeiden we immers reeds, dat een goed
werk doen om Gods wil te volbrengen, omdat God het wil,
hetzelfde beteekent, op hetzelfde neerkomt als het doen ter
eere Gods. Omdat eenvoudige menschen de woorden : iets
ter eere Gods doen, niet zelden verstaan van iets diO&n om niet,
voor niets, gratis, zonder geldelijke winst, belooning, uitsluitend
uit liefde Gods, is het tot hunne onderrichting en bemoedi-