Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
476
bij het verrichten van goede werken. Hoe zelden toch i&
en blijft daarbij onze meening geheel en al zuiver, louter en
alleen op God gericht? B. v., iemand wil waarlijk ter eere,
uit liefde Gods eene aalmoes geven; maar nu wordt ze hem
publiek op straat, of bij inteekeningslijst, gevraagd ; hij geeft
ze wel met eene goede meening ter eere Gods, maar door-
dien 't publiek het ziet of verneemt, komt er zoo lichtelijk
wat ijdele glorie bij , die hem tevens beweegt zijne aalmoes
te geven, misschien zelfs wat ruimer dan hij anders zou
gedaan hebben. Om die bijkomende beweegreden van ijdele
glorie verliest hij een gedeelte der verdiensten, beloofd aan
eene aalmoes, zuiver ter liefde Gods gegeven.
Om de bekoring van ijdele glorie, die bij het openbaar
verrichten van goede werken zoo lichtelijk opkomt, af te
weren , ja ten goede te keeren, in eene akte van deugd te
verkeeren, make men beslist de meening om alle goede
werken , die tot het openbaar en gewoon leven van een god-
vreezend christenmensch behooren , te doen volgens deze les
des Heeren: Schijne uw licht ooor de menschen, opdat zij uwe
goede werken zien en uwen Vader verheerlijken , die in den hemel
is. {Matth. V. hfdst. v. 16.)
Wijl dit allerbelangrijkst punt nooit te duidelijk kan
gemaakt worden , nog een ander voorbeeld. Iemand begint
met zuivere meening, louter ter eere Gods eenig goed werk;
't gelukt hem , hij slaagt bijzonder, hij zingt in de kerk of
Congregatie, dat het een lust is, wonder schoon; hij bidt
godvruchtig on stichtend den H. Kruisweg, woont zóó de
H. Mis bij , gaat zóó te communie, enz., enz.; intusschen
bekruipt hem eene gedachte van ijdele glorie, van zelf-
behagen, en hij geeft daaraan toe. Hij verliest een gedeelte
van de verdiensten , aan die goede werken toegezegd, maar
verliest ze niet geheel en al; hij verdient nog een rood, ik
zou meenen, 't grootste deel der bolooning , aan zulke voor-
treffelijk goede werken door God toegekend.
Biedt deze op degelijke gronden steunende meening der