Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
474
Gelijkerwijze zal het ons gaan in het oordeel Gods, indien
wij onze goede werken niet ter eere Gods doen , maar enkel
of voornamelijk voor ons zeiven, alleen of vooral nit ijdolheid ,
om boven anderen uit te munten, tot zelfverhefhng, tot eigen
voldoening, tot voldoening onzer eigenliefde, enz.; ze alleen
of voornamelijk doen voor de menschen, om door de menschen,
onze oversten, gelijken of onderdanen, gezien, geacht en ge-
prezen te worden. In dat geval hebben wij er bij God geen
loon voor te wachten. Dit leert ons Jesus Christus, onze
toekomstige Rechter, allernadrukkelijkst. „Ziet toe, zegt Hij,
bij Matth» VI., „dat gij uwe gerechtigheid, uwe goede werken,
niet doet voor de menschen, voor het oog van de menschen,
om van hen gezien, door hen geacht en geprezen te worden;
anderszins, indien gij ze daarom alleen of voornamelijk doet,
zult gij geen loon hebben bij uwen Vader, die in den hemel is"
(v. 1.) Christus zelf past dit beginsel vervolgens toe op de drie
voornaamste goede werken, waaronder alle overige begrepen
zijn, te weten : bidden, vasten en aalmoezen geven. (vgl. 3<ie V.)
Immers, op de aangehaalde woorden laat Hij onmiddellijk
volgen : Wanneer gij dan eene aalmoes geeft , bazuin het niet
voor u uit, gelijk de schijnheiligen in de Synagogen en op de
straten doen, om door de menschen geëerd te worden; voorwaar
zeg Ik u: zij hebben hun loon al ontvangen" (v. 2.), d. w. z , zij
hebben hun loon al weg; zij ontvingen wat zij zochten: eer
bij de menschen; en daarmede is hunne verdienste op. —
En wanneer gij bidt , zult gij niet zijn gelijk de schijnheiligen,
die er behagen in scheppen , om in de Synagogen, en staande aan
de hoeken der straten te bidden , om van de menschen gezien te
worden ; voorwaar zeg Ik u : zij hebben hun loon al ontvangen, (v. 5.)
En wanneer gij vast, toont dan geen treurig ^ somber gezicht,
gelijk de schijnheiligen doen ; want zij mismaken hunne aangezichten,
opdat het aan de menschen zou blijken dat zij vasten; voorwaar
zeg Ik u : zij hebben hun loon al ontvangen, (v. 16.)
Kinderen, duidelijker, nadrukkelijker kan het toch wel
niet geleerd worden dan het hier O. L. H., Jesus Christus,