Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
470
zelfs het gewone, en dns in den regel het noodzakelijke middel
om tot bekeering te komen, om een oprecht berouw te verkrij-
gen , eene goede biecht te spreken , en daardoor vergiffenis
zijner zonden te bekomen, in de heiligmakende gratie en
het recht op den hemel hersteld te worden.
Door goede werken, als daar zijn bidden, vasten, aalmoezen
geven, die iemand in staat van doodzonde doet, verdient hij
zeker den hemel niet; hij heeft er geene belooning in den
hemel voor te wachten; het zijn en blijven doode werken,
die niet kunnen herleven, omdat zij nooit geleefd hebben.
(Vgl. 40«te Les , V.)
Doch zij zijn het gewone en dus in den regel het noodzakelijke
middel om tot bekeering te komen. Zeker, de almachtige en
oneindig barmhartige God kan een zondaar, die er niet eens
aan denkt om goede werken te doen , maar nog steeds op
kwaaddoen zint, bedacht is, op buitengewone wijze door een
mirakel zijner genade op eens bekeeren. De H. Paulus is er
een voorbeeld van. „Saulus, nog steeds bedreiging en moord
ademende tegen de leerlingen des Heeren" wordt, nabij de
stad Damascus gekomen, om aldaar de christenen te ver-
volgen, door Jesus, die hem verschijnt, op eens tot inkeer
gebracht, en van een vervolger in een Apostel herschapen.
(Men leze Hand. der Apost, JX hoofdst.)
Maar 't zou toch wel allervermetelst zijn te durven hopen,
dat God voor iemand onzer, die in staat van doodzonde is,
een mirakel zal doen, gelijkerwijze als voor den H. Paulus.
En toch tracht de duivel, die van aard een leugenaar en
van den beginne der wereld een zielenmoorder is, (vgl. Joan.
VII. 44), den zondaar tot zulk vermetel vertrouwen te
brengen. Te dien einde verdraait hij den zin van het ware
antwoord van den Catechismus , en redeneert, op de hem
eigenaardige, sluwe en arglistige wijze, als volgt: Ge zijt
nu toch eenmaal in staat van doodzonde; of ge al bidt,
vast, aalmoezen geeft, ge kunt er toch den hemel niet door