Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
469
lijk dit woord van Jesus moet de blijdschap van eiken christen-
mensch, die in staat van gratie leeft, volkomen maken. Immers
we leeren er wel allereerst uit, dat wij, om door onze goede
werken den hemel te verdienen, ze in staat van gratie
moeten verrichten, maar ten andere, dat alwie door de
liefde in Jesus blijft, veel vruchten draagt, m. a. w., dat
alwie in staat van gratie leeft, door elk, ook het minste,
geringste, kleinste goed werk , ja zelfs door een uit zijn
aard onverschillig werk, verdiensten verzamelt voor den
hemel, mits hij zijn werk niet enkel of vooral doe uit een
natuurlijk, of uit een verkeerd inzicht, maar ten ter eere
Gods. Wat dit beteekent en hoe wij onze goede werken ter
eere Gods moeten verrichten om er den hemel door te ver-
dienen , zullen we bij de V. nader uitleggen.
8 V, Zijn dan de goede werken , die de zondaar
in staat van doodzonde doet, vruchteloos ?
A. Neen ; maar met de hulp der goddelijke gratie
zyn zij voor den zondaar het gewone middel om tot
bekeering te komen.
De Catechismus stelt deze V. blijkbaar met het oog op
het eerste vereischte om door goede werken den hemel te
verdienen , nl., dat ze verricht worden in staat van gratie.
Duidelijk blijkt zulks uit den vorm zeiven, waarin de
Catechismus deze V. stelt, nl., bij wijze van gevolgtrekking:
Zijn DAN , omdat wij onze goede werken in staat van gratie
moeteu verrichten, om daardoor den hemel te verdienen, de
goede werken , die de zondaar in staat van doodzonde doet, vruch-
teloos, d. w. z., geheel vruchteloos, nutteloos ter zaligheid?
Het ware antwoord is : Neen; goede werken, die de zon-
daar, dat wil hier zeggen, alwie in staat van doodzonde is,
met de hulp der goddelijke gratie, dat wil hier zeggen , met de
hulp der dadelijke gratie doet, (vgl. lO-i^ V.), zijn voor den
zondaar niet alleen niet geheel vruchteloos ter zaligheid, maar