Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
468
Eischt de rechtvaardigheid of getrouwheid^ dat er loon voor
betaald wordt, dan zijn zij in eigenlijk gezegden, in strengen
zin, kortom, eigenlijk gezegd verdienstelijke goede werken.
Vordert enkel de betamelijkheid, is het slechts betamelijk,
dat er loon voor gegeven worde, dan zijn het geen eigenlijk
gezegde verdienstelijke werken , maar worden zoo alleen in
mimen zin genoemd.
Om de gestelde vraag volledig te verklaren , moet ik nog
opmerken, dat onder de uitdrukking: „om AaaxAooT den hemel
te verdienen", hier ook verstaan wordt: de vermeerdering
der heiligmakende gratie, het eeuwig leven, en, indien men
nochtans in staat van gratie sterft, de bekoming van het
eeuwig leven, en ook de vermeerdering der hemelsche glorie.
(Vgl. het Conc. v. Trente. Zitt. VI. Can. 32.)
Nu is dan de vraag : Hoe moeten wij onze bovennatuur-
lijke goede werken verrichten , om er den hemel in strengen
zin door te verdienen ?
Om door onze goede werken den hemel in strengen zin te
verdienen, moeten wij ze verrichten, ten 1% in staat van gratie.
Wanneer is men in staat van gratie?
A. 30»'e Les, V.
Alzoo de eerste voorwaarde, om door onze goede werken
den hemel te verdienen, is, dat wij ze verrichten zuiver van
doodzonde, in staat van gratie.
Hoort ten bewijze daarvan wat Jesus zelf zegt bij j'oa«». XV :
„Ik ben de ware wijnstok, gij zijt de ranken. Gelijk de rank
geene vrucht kan dragen uit zich zelve, indien zij niet aan
den wijnstok blijft, zoo ook gij niet, indien gij niet blijft in
Mij (indien gij niet met Mij vereenigd blijft door de liefde ,
de heiligmakende gratie). Ik ben de wijnstok, gij zijt de
ranken. Die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel
vrucht____ Blijft in mijne liefde. Indien gij mijne geboden
onderhoudt, zult gij in mijne liefde blijven. Dit heb Ik tot
u gesproken, opdat uwe blijdschap volkomen worde." Waar-