Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
466
lichaam. (Vgl. Les, 6''® V.) Weiger ik iets aan de
natuurlijke neigingen mijner ziel, ga ik in iets mijn eigen
wil af, onderdruk ik mijne eigenliefde , dan versterf ik mij
zeiven inwendig, naar den geest; dan beoefen ik eene geeste-
lijke versterving. Ontzeg ik iets aan de zintuigen mijns
lichaams, aan mijne oogen , aan mijne tong in *t spreken,
aan mijn smaak in eten of drinken , aan mijn reuk, gehoor
of gevoel, dan versterf ik mij uitwendig, naar het lichaam;
dan doe ik eene lichamelijke versterving.
Dewijl nu hetgeen ik aan de neigingen mijner ziel of aan
de zintuigen mijns lichaams weiger, eene geoorloofde, on-
schuldige, of wel eene verboden, althans voor mij gevaarlijke
zaak wezen kan , die mij aan 't naaste gevaar van zonde
blootstelt, zoo volgt natuurlijkerwijze, dat de versterving
van zich zeiven verder onderscheiden moet worden in nood-
zakelijke en enkel geraden versterving. W elnu, alle verster-
ving van zich zeiven, alle, *t zij in- of uitwendige, noodzake-
lijke of geraden, ter vrije keuze gelaten versterving, wordt
hier te recht door vasten verstaan. Immers vasten, volgens
het derde gebod der H. Kerk: „Geene geboden vastendagen
zult gij breken w. z., op onthotidingsA^^m. zich onthouden
van vleeschspijzen, en op eigenlijk gezegde boven-
dien maar eenmaal daags, omtrent den middag een vollen
maaltijd nemen. (Vgl. 29»^® Les, — Ss^® V.)
Dat vasten valt den zinnelijken mensch natuurlijk min of
meer zwaar; 't kost hem opoffering, en daarom doet men
het over 't algemeen niet graag. Maar juist omdat ook alle
andere versterving van zich zeiven den mensch moeite, op-
offering kost, wordt alle en iedere versterving van zich zeiven
met recht onder vasten verstaan.
Kinderen make men dit antwoord bevattelijk door een of
ander voorbeeld, dat op hun leeftijd te pas komt. B. v. ge
zoudt nu graag gaan spelen; deze of gene snoeperij gebruiken.
Ge voelt er u sterk toe aangezet, als toe gedrongen. Maar
ge bedwingt uw snoeplust, uwe speelzucht. Kinderen, dat