Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
464
Dat onder deze drie soorten van goede werken, te weten :
èidden , vasten en aalmoezen geven, alle goede werken begrepen
zijn, w. z., dat alle overige goede werken in één dezer drie
soorten van goede werken liggen opgesloten , tot één dezer
drie soorten behooren, kunnen teruggebracht worden.
4 V, Wat wordt hier verstaan door bidden ?
A. Alle werken van godsdienstigheid.
Door bidden worden hier verstaan alle werken van godsdien-
stigheid , d. w. z., van die deugd , van die genegenheid der
ziel, waardoor de mensch aan God den dienst betoont, die
Hem , als het opperst, oneindig volmaakt Wezen , toekomt.
(Vgl. 22«te Les, 3de y.)
Ge weet nu, wat de deugd van godsdienstigheid is. Maar
de Catechismus zegt verder, dat door bidden hier alle werken
van godsdienstigheid verstaan worden, d. w. z., niet enkel dat
soort van goede werken , welke de deugd van godsilienstig-
heid uit haar aard rechtstreeks voortbrengt, maar ook dat
soort van goede werken , welke wel onmiddellijk uit eenige
andere deugd voortkomen , maar door de deugd van gods-
dienstigheid tevens tot den dienst, tot meerdere eer en glorie
Gods gericht, gestierd worden.
Kinderen , om u dit eenigszins duidelijk te maken, noem
ik u eenige goede werken op , waartoe de deugd van gods-
dienstigheid ons rechtstreeks aanspoort. Zoodanige goede
werken zijn, b. v., 's morgens en 's avonds, vóór en na het
eten, bidden; de H. Mis, het Lof en andere godsdienst-
oefeningen bijwonen; met goed oordeel, rechtvaardigheid en
waarheid, eed doen; na rijp beraad en overleg beloften doen
(vgl. 24"" — 12'i'' V.); medewerken tot instandhou-
ding, voortplanting, opluistering van den godsdienst, b.v.,
door trouw de kleine bijdragen te oüeren voor de Broeder-
schap van den St, Pieterspenning, voor 't Genootschap van
den H. Franciscus Xaverius, der H. Kindsheid, enz.; door
werkend of honorair lid te worden van de „Vereeniging van