Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
463
groot onderscheid te maken, b. v., tusschen gehuwden en
ongehuwden; tusschen oversten en onderdanen. Ouders,,
b. v., moeten weer andera deugden beoefenen dan kinderen;,
bazen en heeren , andere dan dienstboden, enz., enz.
Het woord: roep, dat de Catechismus hier gebruikt, zeg-
gende : ieder moet goede werken doen volgens zijnen roep kan
ook nog in ruimeren zin opgenomen worden voor beroep^
Beroepen zijn er honderden en meer verschillende in de
wereld. De een is van beroep advokaat, een ander dokter,
een derde koopman, een vierde ambachtsman, een vijfde
soldaat, enz. Blijkbaar moet een advokaat sommige andere
deugden beoefenen, goede werken doen dan een dokter',
koopman, enz. Intusschen moet ieder die doon volgens zijnen
roep en staat, d. w. z., volgens den roep en staat, waarin
ieder in het bijzonder door Gods voorzienigheid geplaatst is.
Indien iemand eenig goed werk doet, zij het ook uit zijn
aard nog zoo deugdelijk, b. v., uren en uren achtereen god-
vruchtig bidden in de kerk of thuis, maar dat niet met ^^i/a^»
roep of staat overeenkomt, waardoor zoo iemand eenigen
plicht, welken dan ook, van zijnen roep of staat zou ver-
zuimen, dan zou dat werk voor hem in *t bijzonder zelfs
geen goed werk meer mogen genoemd worden ; dan zou het
niet de beoefening eener deugd, maar eener ondeugd worden ;
want dan doet zoo iemand het niet meer volgens, maar tegen
de plichten van zijnen roep of staat; en bijgevolg tegen den
wil van God , die hem tot dezen staat geroepen heeft. Bij-
gevolg zou, b. v., eene dienstbode of dochter des huizes,
die op bepaalden tijd 's morgens huiswerk moet verrichten ,
geene ware deugd meer beoefenen door langer dan vergund,
toegestaan is , in de kerk te blijven bidden , enz.
3 V. Welke zijn de voornaamste goede werken ?
A. Deze drie, waaronder alle goede werken begre-
pen zijn, te weten: bidden^ vasten qtx aalmoezen geven.