Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
461
dient opnieuw opgemerkt, dat die woorden: „door welke de
mensch teel doet**, wel beteekenen , dat eene deugd uit haar
aard niet kan leiden tot kwaad, tot zonde doen (vgl. bl. 445);
maar dat die woorden niet willen zeggen, dat men, om eene
deugd te hebben, te bezitten, ze ook reeds moet kunnen
beoefenen , m. a, w. , reeds goede werken moet kunnen doen.
Hebben en doen verschilt hier veel. Dit zult ge gemakkelijk
begrijpen, als ge u maar eens afvraagt: kleine kinderen
ook verstand? Ja, maar nog niet het gebruik van hun ver-
stand. Gelijkerwijze hebben ook de kleinste Christen kinderen
bovennatuurlijke deugden, maar zij kunnen ze nog niet beoefe-
nen. Om in den hemel te komen, MOtf/g» ook zij bovennatuur-
lijke deugden hebben , die hun dan ook door het Doopsel
worden ingestort. Maar eerst later, wanneer zij tot het
gebruik van hun verstand gekomen zijn, kunnen zij die
deugden beoefenen , in oefening brengen.
Het antwoord op de Vr., gesteld, gelijk ze nu verklaard
is, nl.: Zijn degenen, die tot de jaren van versland gekomen zijn,
verplicht goede werken te doen? is zonder twijfel: Ja. En de
reden van dit beslist antwoord is: want wij, die veronder-
steld worden tot de jaren van verstand gekomen te zijn,
moeten daardoor, d. i., door goede werken, onzen roep, onze
roeping tot den hemel verzekeren, zeker maken. Wij zijn ge-
schapen om God in dit leven te dienen door zijne geboden
te onderhouden , m. a. w., door goede werken te doen, en,
tot loon van dien dienst. Hem hierna in den hemel eeuwig
te aanschouwen. (1«»® Les, V.) Dit is het naaste en laatste
einde, waartoe wij op de wereld zijn. Wij zijn dus bestemd
voor, geroepen tot den hemel. Die roeping moeten wij zeker
maken door goede werken te doen. Door het beoefenen der
deugden, welke aan onzen roep en staat in de wereld eigen-
aardig verbonden zijn (vgl. de V.), moeten wij ons den
ingang in den hemel verzekeren. „ Daarom — zoo vermaant
ons het Hoofd der Apostelen, de H. Petrus , in zijn Br.
Hfdst. I, V. 10, 11 — „Daarom, broeders! beijvert u te meer.