Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
457
wil ik ook maar redelijk handelen; want dan etemt de
gezonde rede noodzakelijk duidelijk met het Evangelie in.
Komt ons oordeel, onze opvatting, onze opinie, meening niet
met de leer des Evangelies overeen, dan moeten wij volgens
het Evangelie handelen; want dan is ons oordeel, ouze opinie
zeker niet do uitspraak van de gezonde rede, van het gezond
verstand. Immers tusschen het H. Eoangelie en de rede kan
evenmin strijd bestaan als tusschen „het geloof en de weten-
schap" (vgl, V.), omdat ze beide van één en denzelfden
God voortkomen. Wij moeten dus in elk geval allereerst
luisteren naar , gehoorzamen aan degenen, die Christus zelf
heeft aangesteld om ons zijne leer te verklaren en op onze
levenswijze toe te passen , nl. , den Paus van Eome , en de
Bisschoppen der fl. Kerk in vereeniging met den Paus.
(Vgl. S«!« Les, lOJe V.)
Jesus Christus immers heeft de leerende Kerk juist tot.
dat einde ingesteld, opdat zij altijd zichtbaar, altijd levend
en sprekend , te allen tijde zijne leer onvervalscht en onver-
minkt, in volle waarheid aan alle volkeren zou verkondigen
en onfeilbaar verklaren.
Wij moeten dus ook luisteren en handelen naar de leer
en de vermaningen van de Pastoors en Priesters, die door
Z. D. H. den Bisschop van het Diocees gezonden worden als
onze onmiddellijke leeraars in zake van geloof en zeden, en
zgn gezag bij ons vertegenwoordigen, (vgl. Les.)
10 V. Welke zijn onder de zedelijke deugden de
kardinale of hoofddeugden ?
A. Deze vier: de voorzichtigheid, de rechtvaar-
digheid , de sterkte en de matigheid.
Onder het groot aantal zedelijke deugden zijn er vier,
waarop al de overige steunen , en geheel het zedelijk leven
van den mensch als 't ware rust. Die vier worden daarom
te recht kardinale of ^oo/rfdeugden genoemd. Kardinale komt