Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
451
bloemen, gewassen en vruchten; zóó werkt het geloof, dat
zelf voortkomt uit loutere gave of gratie Gods, met Gods
genade samen, mede tot het voortbrengen van alle akten van
hoop, van liefde en van alle andere bovennatnarlijke deugden.
Het geloof leert ons God kennen als oneindig goed jegens
ons, almachtig en getrouw in zijne beloften, en is zoodoende
de wortel, waaruit en waardoor de hoop leeft, groeit en
bloeit. Het geloof leert ons God kennen als oneindig goed
in zich zelven, dus als ai onze liefde waardig, en is zoo-
doende de wortel, waaruit en waardoor de liefde leeft en
allerlei slag van goede werken voortbrengt, te meer en te
heerlijker, naar mate het geloof dieper wortel heeft geschoten
in 's menschen hart.
Leeren wij, dat het geloof de wortel is van alle andere
bovennatuurlijke deugden , dan is dit blijkbaar te verstaan
van een levend geloof, dat door de liefde werkzaam is (vgl.
Brief aan de Galatiérs V. 6.); want een dood geloof, d. w. z.,
een geloof, waaraan het leven der liefde en der goede werken
ontbreekt, dat zich niet toont door de werken des geloofs,
kan evenmin de wortel van alle andere deugden genoemd worden,
als een doode wortel loven of groei of bloeikracht kan geven
aan eene plant of aan een boom. Want evenals het lichaam
zonder geest, van de ziel gescheiden , dood is, alzoo is ook het
geloof zonder de werken des geloofs dood" en derhalve onver-
mogend om ons voor God te rechtvaardigen en ter eeuwige
zaligheid te geleiden. (Vgl. den Brief van den H. Jac., hfdst.
II. 14 — 26, en 39«« Les, 1«« V.)
Het geloof wordt de eerste der goddelijke en van alle andere
bovennatuurlijke deugden genoemd, niet alleen omdat het de
wortel, maar wederom bij wijze van vergelijking gesproken,
ten 2'«, ook de grondslag is van alle andere deugden.
Op den grondslag , op het fondament rusten alle overige
deelen van een gebouw, van een huis. Gelijkerwijze steunen
alle andere bovennatuurlijke deugden op het geloof, als op
t\
»