Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
13. Wat wil zeggen: de Kerk kan niet falen? En waarin
kan zij niet falen P En waarom niet ?
14. Met welke woorden heeft Christns die onfeilbaarheid
toegezegd P
15. Heeft Hij ook aan den tegenwoordigen Fans en de
Bisschoppen van onzen tijd die belofte gedaan P En
hoe blijkt zulks uit Christus* eigene woorden P
16. Heeft Christus nog aan iemand anders, dan aan Petrus
— den Paus — en aan de Apostelen — de Bisschoppen,
de belofte van onfeilbaarheid gedaan P
17. Waarom is er dan buiten de leer der onfeilbare Kerk
geen zekerheid, maar enkel een menschelijk goed-
dunken , een opinie, een „ mij dunkt" P En is zulk
onzeker menschelijk goeddunken voldoende voor een
goddelijk geloof P
18. Wat verschil is er tusschen een menschelijk goeddunken
en een goddelijk geloof P
19. Blijkt het ook uit de onveranderlijke leer der Katholie-
ken en het aanhoudend veranderen der protestanten ^
dat buiten de onfeilbare leer der Kerk het niet moge-
lijk is met zekerheid te weten , wat God geopenbaard
heeft, en hoe zijn openbaring moet verstaan worden P
20. Hoe volgt uit het antwoord op vraag 12 , dat er maar
één waar geloof kan bestaan P
21. Welke, en hoe groote zonde — tegen welke eigenschap
van God — bedrijft iemand , die vrijwillig eene waar-
heid van het geloof niet wil aannemen, of daaraan
vrijwillig twijfelt P Wat moet zoo iemand van God
denken P
22. Kan zoo iemand in den Hemel komen ? Of waarom is
er voor hem, die vrijwillig, grootelijks schuldig, buiten
het waar geloof sterft, geen zaligheid mogelijk P
23. Wie weet of b. v. een Protestant vrijwillig en groote-
lijks schuldig buiten het ware geloof is P
24. Veroordeelen wij dan de Protestanten P